Martin Simek is radio- en tv-presentator en woonachtig in Italië. Voor De Smaak van Italië verhaalt hij over kleine gelukjes en bijzondere ontmoetingen.
Mijn boek, De vuurvliegjes achterna, ligt in de winkel. Ik heb het overal aan de grote klok gehangen: Nederland 1, Nederland 3, Radio 1, Radio 2, regionale tv, ik signeer in boekhandels en op literaire avonden, ik kom op festivals en fairs, ik sta ermee in de kranten en in de bladen.
Twintig jaar na de val van de muur ben ik nu eenmaal de man die aan beide kanten heeft geleefd, dus als je iets van vrijheid wilt weten, moet je bij mij wezen, vindt men. Hoe hoger gespannen de verwachtingen rond je zijn, hoe nuchterder je moet zien te blijven. Het is de hoogste tijd om terug te keren naar mijn Calabrese varkenshok, mijn steengeworden vrijheid.
Toen ik, twaalf jaar geleden alweer, het terrein met wijds uitzicht over de Ionische Zee kocht, wist ik niet eens dat het er op stond, het varkenshok. Ingeklemd tussen twee eeuwenoude olijfbomen, leunend tegen een steile helling die eindigt in het ravijn, langs een beek die vanaf elfhonderd meter hoog over de granieten rotsen naar de zee raast. Daar stond ik plotseling op een plek waar ik als stadsmens niet eens van had kunnen dromen. Dat zulke plekken bestonden! Voor de porcile (het varkenshok) was een uitloop met een stenen muur eromheen die aan een middeleeuwse vesting deed denken. Hier vrat het beest dus kastanjes en eikels, de aardappelschillen en de groenteresten van het akker een stukje verderop.
Ik haalde diep adem – ik weet het nog als de dag van vandaag – en vergeleek de kwaliteit van mijn stadse supermarktleven met dat van het varken. Er was geen vergelijk. Opeens wist ik dat ik hier, net zoals alle varkens die hier ooit hadden geleefd, tot mijn dood wilde zitten. Op voorwaarde natuurlijk dat ik een natuurlijke dood mocht sterven. De daarop volgende maanden kwam ik er op verschillende momenten van de dag en ook ’s nachts, bij volle maan. Als je iets wilt verbouwen, is mijn ervaring, hoef je geen plannen te maken of te laten maken. Laat de plek op je inwerken, loop eromheen, neem de sfeer in je op en het plan wordt je van hogerhand aangereikt. Je hoeft het dan alleen nog maar door vaklieden uit te laten voeren.
Nee, met vergunningen vallen ze je in mijn dorp nog niet lastig, dus je kunt als Michelangelo te werk gaan. Steen voor steen, stap voor stap. Niet weten hoe het afloopt is een avontuur. Het bouwsel groeit natuurlijkerwijze zoals een beeld of een schilderij. Je doet zo nu en dan een paar stappen achteruit, knijpt je ogen toe en gaat weer verder. In het varkenshok heb ik de ‘Vuurvliegjes’ geschreven, maar dat vertel ik nergens. Het zou mijn verhaal van mijn vlucht uit Tsjecho-Slowakije naar het Westen te ingewikkeld maken. Toch heb ik het dáár geschreven. Waarom? Omdat ik daar de vrijheid heb gevonden, in een slaaphokje met een schrijftafeltje van twee bij twee meter vijftig, plus keukentje en een halletje bij wijze van ingang. Het proces van schrijven begon eigenlijk al ’s avonds, als ik me terugtrok uit ons dorpshuis, nadat ik kinderen en vrouw in bed had gelegd. Dan ging ik voor de porcile op het stenen bankje zitten en keek bijvoorbeeld naar de sterren die overgaan in de lichtjes van de vissersbootjes op zee en dacht aan zeldzame zomeravonden in Praag. Of aan de heldere winterhemels als het vroor.
Zulke nachten had je ook in Amsterdam, en dan zat ik als kersverse vluchteling nog het liefst op de gereedschapskist bij de ophaalbrug over de Amstel, de Magere Brug. Die hemel die, waar je ook bent, overal hetzelfde is, voerde me al naar gelang het hoofdstuk waaraan ik bezig was, dertig, veertig jaar terug in de tijd. Dan ging ik snel slapen. En als ik wakker werd, samen met de zon die opkomt uit de Ionische Zee, begon ik te schrijven. Drie uur achter elkaar. Dag in dag uit. Over Praag of Amsterdam. En dan pas mengde ik me in het leven van het dorp, alsof ik niet was weg geweest. Twee jaar lang heb ik dit dubbelleven geleid. Had ik het zonder Calabrië gered? Natuurlijk niet.

Volg ons!