Venetië – Proeven van de Rialto Markt

Eeuwen geleden trokken handelaren uit alle delen van de wereld al naar Venetië. Midden in de stad, op de Mercato di Rialto, gingen goud, zilver en de mooiste stoffen over de spreekwoordelijke toonbank. Tegenwoordig is het glimmende waar verdwenen en blijkt vooral vers de grote trekker, van venusschelp tot artisjok. De beroemde Rialtomarkt is een feest voor de zintuigen!

Venetië heeft altijd al een mythische aantrekkingskracht gehad. De grootste schrijvers hebben erover geschreven en  de grootste schilders hebben hier geschilderd. De pleinen, de steegjes, de bruggen, de gondels en vooral de kanalen  en het water dat alom aanwezig is, zijn over de hele wereld beroemd. Venetië staat synoniem voor stad aan en op het water. Vanwege hun kanalen of grachten worden Amsterdam, Kopenhagen en Stockholm ook wel het Venetië van het  noorden genoemd. Over de hele wereld staan er nog wel meer steden bekend als ‘little Venice’, als ze maar water  en bruggen hebben. Toen de ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci in Zuid-Amerika aankwam, in een gebied dat pas  ontdekt was door Colombus, zag hij daar huizen op palen die hem herinnerden aan Venetië. Daarom noemde hij het gebied klein-Venetië: Venezuela.

Vandaag de dag lijkt de charme van de ‘koningin van het water’ een beetje te verdwijnen. Het is bijna alsof de  stad gedwongen wordt een masker op te zetten om de drommen toeristen te plezieren die de stad letterlijk overspoelen. Maar voor wie er oog voor heeft, blijven er nog steeds authentieke plekken over. De markt van Rialto is daar een goed voorbeeld van.

Vroeger werd de waarde van alle goederen in heel Europa bepaald door wat er op de markten van Venetië werd verkocht. In de stad stonden pakhuizen van Duitse, Griekse en Turkse kooplieden door elkaar en er kwamen ook kooplieden uit andere landen in Venetië bijeen om handel te drijven. Rondom deze handelsvitaliteit bloeide de politiek en ontstond er een  aanzienlijke krijgs- en zeemacht. En dat allemaal in een stad die je in een uur te voet doorkruist.

Het kloppend hart bevond zich op de Mercato di Rialto en enkele straatjes vlak bij de gelijknamige brug. Je hebt echt een dag nodig om deze wijk te ontdekken en een kijkje te nemen achter die maskerade van toeristisch vermaak. Door de dagelijkse  handelingen te bezien, die de inwoners al eeuwen op dezelfde manier volbrengen, kom je tot de kern van het oude Venetië. De hoeveelheid kleuren, geuren, smaken, geluiden en emoties die op je afkomt is misschien minder  kunstzinnig dan een culturele rondleiding, maar wel veel echter en vitaler. Het is bovendien veel moeilijker om vast  te leggen op een ansichtkaart of in een reisgids.

Om de markt ten volle te beleven, gaan we ’s ochtends vroeg op pad. We nemen de vaporetto, lijn 1, die rechtstreeks van het station naar de halte Rialto Mercato vaart. Hoewel deze vaporetto doorvaart naar het plein van San Marco, stellen we een bezoek daaraan nog even uit. We nemen eerst ruim de tijd om hier door de steegjes, oevers en galerijen te dwalen waar, al zo’n duizend jaar, het echte leven van deze betoverende stad zich afspeelt.

Het hart van de markt: Campo San Giacometto
We lopen over de Rialtobrug en verder door over de Ruga degli Oresi. Vroeger stonden hier marktkramen met  waardevolle stoffen. Daarna vestigde zich hier een aantal goudsmeden (oresi). Ook nu nog zijn er tussen de vele  souvenirwinkels enkele juweliers gevestigd. Iets verderop komen we aan bij het echte hart van de markt, Campo San Giacometto.

Op dit kleine pleintje met gelijknamige kerk komen legendes uit het verleden naar boven. Dat komt  vooral door de kerk. Het verhaal gaat dat het de oudste kerk is van de stad omdat hij in hetzelfde jaar is gewijd als Venetië is gesticht, in 421. Een echt bewijs is daar echter nooit voor gevonden. Wel is zeker dat de kerk werd  herbouwd in 1071, ongeveer in dezelfde periode dat ook de basiliek van San Marco gerenoveerd werd. Aan de  buitenkant van de apsis is een inkerving te lezen uit de twaalfde eeuw, bedoeld voor kooplieden en handelaren:  Lascia che intorno a questo tempio la legge del mercante sia giusta, i suoi pesi onesti e le sue promesse leali (Laat  rond deze tempel de wet gelden dat de handelaren eerlijk zijn, hun gewichten correct en hun beloften waar.). De  woorden verwijzen naar de transacties die hier plaatsvonden bij de Banco Giro, de bank die krediet verleende.

Tegenover de kerk staat een beeld dat aandacht verdient. Het is de Gobbo di Rialto (de gebochelde van Rialto). Een uit  steen gehouwen beeld uit de zestiende eeuw. Het stelt een man voor die op zijn hurken zit en een granieten plaquette vasthoudt met daarop de proclamaties van het rijk. Hierna kijken we nog even omhoog, naar de vergulde klok van de kerk. Vanaf het moment dat het uurwerk in de vijftiende eeuw werd aangebracht, heeft het nog nooit goed  gelopen…

Kleurrijke marktkramen met vis en groente
Het mooiste ligt echter uitgestald in de marktkramen. De groenten komen veelal uit het nabijgelegen Sant’Erasmo, terwijl de vis ‘s nachts gevangen wordt in de lagune. De bergen fruit en de kramen met schaal- en schelpdieren met  hun levendige kleuren lijken wel geschilderd door Tintoretto. Is dit waarom ze zo ontroeren? Net als de geluiden, het  Venetiaans dialect, het geschreeuw van de marktkooplui en het drukke gewoel van de mensen?

Want ook, of  misschien wel vooral, zijn het de geluiden die ons in vervoering brengen. Het klinkt allemaal even muzikaal. Misschien is het niet toevallig dat Vivaldi hier geboren is. Zou zijn talent zich op een andere plek in de wereld ook zo  hebben ontwikkeld? Maar de marktkooplui zijn hier niet om muziek te maken. Zij moeten keihard werken. En de  inwoners van Venetië, die zijn hier uitsluitend om hun dagelijkse boodschappen te doen. Naar de bordjes waarop  duidelijk geschreven staat om welk product het gaat, hoeven ze helemaal niet te kijken, en die vallen daarom uit de  toon. Ze zijn er alleen voor de toeristen, zodat de marktkooplui niet steeds hoeven te reageren op hun  vragen van hoe dit schelpdier heet of die bepaalde groente.

We lopen langs kraampjes met verse en gedroogde  tomaten en het felle oranje van de sinaasappels naast wortels en pompoenen. We kijken naar de marktlui, zo snel en kundig als zij een artisjok kunnen schoonmaken! Hier ruik je de aardbeien in de lente en de funghi in de herfst en verlies je je in het groen van sla, broccoli, prei, selderij, doperwten, druiven… Beleef deze markt en je beeld van deze stad zal nooit meer hetzelfde zijn.

Mercato di Pesce al Minuto
Al schuifelend langs alle koopwaar komen we een eindje verderop bij tientallen kramen waar vis, schaal- en  schelpdieren worden verkocht. Ze zijn ondergebracht in twee gebouwen die op het Canal Grande uitkijken. De gebouwen stammen uit 1907 en zijn in neogotische stijl opgetrokken. Voorheen stonden de kramen nog onder  metalen afdaken, maar die zijn door dit nieuwe gebouw vervangen. Bij de ingang lezen we op een bord dat we bij de Mercato del Pesce al Minuto zijn aangekomen.

In een hoek van het gebouw aan het Canal Grande ontdekken we een  beeld ter ere van de grootste visser uit de geschiedenis, San Pietro. Dit gedeelte van de Rialtomarkt was uiteraard heel belangrijk voor een stad aan het water. Een stad waar vroeger zelfs speciale scholen bestonden voor vissers en voor visverkopers. De vishandel werd tot 1173 door de Serenissima (het bestuur) nauwlettend in de gaten gehouden.  Zij was bevoegd om verordeningen uit te schrijven en trad hard op tegen handelaren die ondermaatse vis verkochten. Vandaag de dag is in Rialto nog steeds de marmeren tafel te zien waarop de minimale lengtes van de  vissen voor de verkoop staan vermeld.

Een schaduw en twee cicchetti
Door al die overvloed hebben we zin gekregen om zelf van al die lokale lekkernijen te proeven. De wijzers van de klok   wijzen bijna het middaguur aan, tijd voor een aperitief. De barretjes in de omgeving zijn al vanaf  ’s ochtends vroeg geopend voor de marktkooplui. Niemand kijkt raar op als we een ombra (schaduw) bestellen. Zo wordt  namelijk in het Venetiaans dialect een glas wijn genoemd. Dat is zo gekomen doordat de wijnverkopers vroeger hun  kramen altijd met de schaduw van de klokkentoren van San Marco mee verplaatsten om op die manier de wijn koel te  houden.

We gaan naar binnen bij Al Marcà, een klein barretje precies in het hart van de markt, tussen het fruit en  de vis. Een bar en een paar banken buiten op het plein, meer is het niet. Bij ons drankje eten we twee cicchetti (typisch Venetiaanse hapjes), kijken om ons heen en begrijpen waarom deze wijk gezien wordt als het echte hart van Venetië.

Drie winkeltjes vlak bij de markt
Precies naast Al Marcà zit al eeuwenlang een winkeltje dat de beste specialiteiten uit Italië hierheen brengt om ze op  de markt te verkopen aan de  inwoners van Venetië en toeristen. Behalve Parmigiano verkopen ze bij Casa del  Parmigiano ook een groot assortiment andere kazen, vleeswaren, pasta, olijfolie, jam en conserven.

Iets verderop aan de Ruga degli Oresi slaan we de hoek om naar Via degli Spezieri. Hier gaan we een winkeltje binnen dat ons een  paar eeuwen terug in de tijd brengt, naar de periode dat Venetië nog de onomstreden hoofdstad van de kruiden was. De kruiden werden vanuit het oosten aangevoerd en hier gesorteerd om vervolgens in de rest van Europa verkocht te worden. In Drogheria Mascari zijn werkelijk alle kruiden te vinden, ook hele zeldzame soorten. Al deze kruiden  leveren aan allerlei gerechten een bijna magische bijdrage. Kardemom, paprika, kurkuma, steranijs, kaneel, sesam,  papaver en peper, maar ook Italiaanse en Provençaalse kruiden en tientallen soorten gedroogd fruit, thee en koffie,  sauzen, mosterd, honing, zoetigheden, wijnen en likeuren, het ligt hier allemaal uitgestald.

Net naast deze drogheria, richting San Marco, treffen we nog een bijzondere winkel aan. Hier verkopen ze allerlei lekkernijen die alleen in  Venetië te krijgen zijn. Het is raadzaam om hier vroeg op de dag heen te gaan om niet gedesillusioneerd naar lege schappen te hoeven staren. In dit winkeltje kun je bijvoorbeeld een zakje zaeti kopen, typisch Venetiaanse koekjes. Ze worden gemaakt van maïsmeel waardoor ze een gele kleur krijgen.

Mediterraans-oosters tafelen
De boodschappentas begint steeds zwaarder te worden. Het is tijd om bij te komen en een hapje te eten. Daar waar vroeger de bank gevestigd was, zit nu l’Osteria da Andrea Bancogiro. In de gerechten worden voornamelijk streekproducten verwerkt, zoals radicchio (bittere, rode sla) uit Treviso. Ook serveren ze hier zeer verfijnde visgerechten. Voor wie iets avontuurlijks zoekt is er, meer in de richting van Canal Grande, Naranzaria. Hier worden gerechten geserveerd van zowel oosterse als mediterrane oorsprong. Sushi of gorgonzola, het is allemaal  mogelijk. En daarbij komt dan nog het romantische uitzicht op Canal Grande! De naam van het restaurant klinkt een beetje Japans maar is wel degelijk Venetiaans: naranza betekent sinaasappel. In deze straat werden namelijk de citrusvruchten voor de markt bewaard.

Geen toeristenmenu
Deze kleine tocht door het fascinerende Rialto nadert zijn einde. We hebben nog twee plekken op onze lijst waar je  kunt eten om nog die echt Venetiaanse sfeer op te snuiven. Beide liggen aan de andere kant van de Rialtobrug, in de wijk Cannaregio. De eerste heeft een naam die verwijst naar zijn vroegere functie: Fiaschetteria Toscana (Toscaans wijnhuis). Maar die naam is misleidend. De keuken is typisch Venetiaans en getuigt van veel aandacht voor vis uit de lagune of de omringende zee. Ook de desserts van signora Mariuccia zijn niet te versmaden.

Het andere restaurant is eveneens authentiek Venetiaans. Het begint al bij de naam, Campiello del Remer. Dat is ook  de naam van het zeer betoverende pleintje (campiello) waar het aan ligt en waar vroeger een man zat die roeispanen (remer) maakte voor de boten van de stad. In dit restaurant was ooit de stal van het aangrenzende theater gevestigd en deed daarna dienst als opslagruimte voor bouwmaterialen. Maar nu krijg je hier alles wat de markt die dag te  bieden heeft. Dit restaurant vormt een goede afsluiter voor een prachtige tocht door de geschiedenis van de smaken en geuren van Venetië. Bij de ingang hangt een bordje: no ghe xè – hier is geen toeristenmenu.

Terug naar Venetië

Terug naar Veneto