Taal en Teken: Italiaans voor beginners
De Smaak van Italië 2009 2In een land waar ‘swaffelen’ werd verkozen tot woord van het jaar, mogen wij – ook uit gêne – maar wat graag wegdromen bij, en in, het Italiaans. Want zeg nou zelf, wie een Italiaan hoort spreken, voelt toch de passie? Het is geen wonder dat het Italiaans de taal van de liefde, de keuken en de opera is. Sterker nog: de Italiaanse taal is de opera.
Tekst: Marco Bosmans
Tekeningen: Tess van Daelen.
Zodra op de middelbare school de vakkenpakketten moeten worden bepaald, sneuvelen Frans en Duits ten faveure van exact. Maar zijn we ‘middelbaar’ ontstegen, dan ontstaat vaak een gevoel van heimwee of romantiek en zien we in Frans, Spaans en Italiaans een nieuwe uitdaging. Zijn het geen vakantieherinneringen die hierin een rol spelen, dan is het wel een gedroomde toekomst: weg uit Nederland.
De Italiaanse taal heeft uiteraard wortels in het Latijn. Tot ver in de veertiende eeuw was het Latijn nog de officiële voer- en schrijftaal. Met name de kerk bezigde het Latijn. Pas in 1612 kwam de Accademia della Crusca met de Italiaanse versie van het ‘groene boekje’, waarin alle spelregels staan. De basis daarvoor lag in Florence. Hier werd in de veertiende eeuw een Toscaanse dialect gesproken en het was Dante Alighieri die dat dialect gebruikte voor zijn Divina Comedia. Alighieri kunnen we beschouwen als één van de grondleggers van de Italiaanse literatuur. Zijn werk is ook een mijlpaal in de wereldliteratuur. Zijn naam klinkt dan ook nog altijd wereldwijd, maar tot een wereldwijde verspreiding van ‘zijn’ taal is het nooit gekomen, mede omdat de eenwording van Italië pas in 1861 tot stand kwam. Zo kunnen we anno 2009 dus concluderen dat het Italiaans wordt gesproken door ‘slechts’ een kleine zeventig miljoen mensen; de Italianen in de laars en een paar miljoen emigranten. Van dat groene boekje blijkt vandaag de dag in de praktijk maar weinig over.
Er mag dan een zogenaamd Algemeen Beschaafd Italiaans bestaan, maar wie van regio tot regio trekt, ontdekt een kleurrijk palet aan dialecten. Zo zal menig vakantieganger met de taalcursus nog vers op de tong, met de mond vol tanden staan tijdens een ontmoeting in de bossen van Basilicata of op het Sardijnse platteland. Hier is het ABI ver te zoeken. En eigenlijk gaat dat op voor iedere vierkante meter van het schiereiland. Natuurlijk spreekt bijna iedere Italiaans het Beschaafde Italiaans, maar vraag niet met hoeveel fouten.
Gebaren met dank aan: Roberto Bacchilega van Scuola d’Italia (www.ondaitaliana.org), Berend Dijk van Madrelingua (www.madrelingua.com) en Barbara Summa.
Lees verder in editie 2. Op de linkpagina vind u de diverse taalscholen.



