Verwarm de oven voor op 220 °C (200 °C hete lucht).
Heeft de venkel nog stelen en loof? Snijd dan een deel van de stelen in dunne plakjes en hak wat van het loof fijn. Meng dit in een kommetje met de citroenrasp en een snuf grof zeezout en zet apart. Heb je geen stelen of loof, gebruik dan de peterselie voor een frisse groene toets – of laat dit onderdeel weg en gebruik alleen citroenrasp en zout.
Snijd de venkelknollen in parten van ongeveer 1 cm dik – niet te dun en niet te dik. Parten werken hier beter dan plakken: het dikkere uiteinde wordt zacht en sappig, terwijl de dunnere randjes extra krokant worden.
Leg de venkel in een ruime ovenschaal of op een met bakpapier beklede bakplaat met opstaande rand. Meng met de olijfolie, kappertjes, venkelzaad en eventueel de chilivlokken. Breng royaal op smaak met zout en peper.
Rooster 45–55 minuten in de oven en schep een of twee keer om. De venkel zal eerst zacht worden en er bleek uitzien – blijf geduldig. Uiteindelijk zal hij diep karamelliseren, donker kleuren en aan de randjes krokant worden. Dat diepe bruin en die licht gefranjerde, knapperige randjes zijn precies wat je zoekt.
Haal uit de oven zodra de venkel intens gekaramelliseerd is en de kappertjes donker en krokant zijn.
Serveer in de ovenschaal of leg op een schaal. Bestrooi vlak voor het serveren met het achtergehouden venkelloof- en citroenmengsel (of de peterselie).