fbpx
Loading
Romeins theater

Romeins theater op z’n best

Liselotte van LeestEen deel van onze redactie is verplaatst naar Rome. En met dat deel bedoel ik mezelf. Ik ben de gelukkige die volop mag meedraaien in het Italiaanse leven. Wat ik daar allemaal tegenkom, lees je hier.

De rijke, oude Romeinen hadden niet te klagen. Denk je eens in: je hebt overal een slaaf voor (overigens zou ik dit vreselijk ongemakkelijk vinden), elke middag breng je een bezoek aan het badhuis waar je jezelf met olijfolie wast en ’s avonds kom je tot rust in je slaapkamer, mét erotische schilderingen (ook dit vind ik minder aangenaam, maar dat terzijde). Natuurlijk moet iedereen kunnen zien dat je geld hebt. Aan je huis, kleding én eten.

Niet alleen het voedsel van de rijken was decadenter dan dat van hun arme tijdgenoten  ̶  zij konden zich ingrediënten van buiten de streek permitteren  ̶  maar ook de manier waaróp ze het consumeerden had alles met uiterlijk vertoon te maken. Het mag er dan leuk uitzien, liggend snoepen van een druiventrosje, erg prettig eten is het niet. We weten immers allemaal dat picknicken vaak gezelliger is dan comfortabel. Waarom aten die Romeinen zo? Het antwoord is even simpel als absurd. Wie op zijn zij ligt, kan zelf zijn brood niet snijden. Laat staan nog wat ricotta met kruiden erop smeren. Het was dus duidelijk dat iemand die liggend at, wel een slaaf moest hebben om hem te bedienen.

Het was dus duidelijk dat iemand die liggend at, wel een slaaf moest hebben om hem te bedienen.

Het Romeinse leven ziet er vandaag uiteraard totaal anders uit, maar dit gevoel voor theater bestaat nog steeds. Wie goed kijkt, ziet het overal. Zo was ik afgelopen zondag in het nabijgelegen wijngebied Frascati voor een proeverijtje in de lokale hotspot. Rond lunchtijd stroomde het restaurant vol met kerkgangers. En waar die bij ons doorgaans gekleed gaan in fletse kledij boven een paar sandalen (met sokken erin), doffen ze zich hier op alsof hun stamhouder wordt gedoopt. Aan de tafel naast ons schoof een familie aan voor de pranzo, met een speciale plek voor opa en oma in het midden. Nonna had natuurlijk al liggend de gegrilde aardappeltjes en tagliata di manzo kunnen verorberen, maar ze had een modernere trukendoos opengetrokken om haar aanzien te showen. Ze droeg een zonnebril met enorm montuur en een gouden verloopje in de glazen. In haar oren sierden twee grote parels, haar lippen waren knalroze gestift en haar kapseltje was zo perfect geföhnd, dat ze zeker al een werkdag erop moest hebben zitten. De tafel rook naar truffel, bubbelwijn en zoete parfum.

Ik hou van zulke scènes. Wat een geluk dus dat je ze hier te pas en te onpas tegenkomt. Dat theatrale zit diepgeworteld en houdt zeker niet op bij uiterlijk vertoon. Loop ’s ochtends eens door de Romeinse straten: spektakel gegarandeerd. Als een lossende vrachtwagenchauffeur ook maar even de boel ophoudt, voert hij niet alleen een discussie met de automobilisten achter hem, maar met de hele straat. Winkeliers trekken naar buiten en gasten van de koffiebar leggen hun krant ervoor neer. Met wilde handgebaren maakt iedereen zijn mening duidelijk, want waarom zou je je er niet mee bemoeien?

Als een lossende vrachtwagenchauffeur ook maar even de boel ophoudt, voert hij niet alleen een discussie met de automobilisten achter hem, maar met de hele straat.

Die typische handgebaren stromen, samen met het gevoel voor drama, al van jongs af aan door de Italiaanse aders. Deze week zag ik een paar jongetjes tussen de 7 en 9 jaar voetballen achter het Pantheon. Hun spel boeide me vrij weinig, maar toch heb ik zeker een half uur geamuseerd staan kijken. Deze kleine Romeintjes gingen geweldig op in dit potje voetbal. Viel er iemand, lieten de jongetjes direct hun handpalmen zien, waarmee ze non-verbaal aangaven ‘Ik heb hier werkelijk niets mee te maken’ en bij een tegengoal maakten de Romeintjes een soort biddende, roterende beweging met hun handjes. Hoe kon dit nou gebeuren?

Dat non-verbaal communiceren zit zo gebakken in de (piepkleine) Italiaan, meer nog dan hijzelf wellicht doorheeft. Een Nederlandse vriend van mij figureerde onlangs met een aantal Romeinen in een nieuwe Netflixserie die hier wordt opgenomen. De figuranten moesten zich voordoen als Amerikanen, die net een teleurstellend bericht kregen. Ze namen hun taken bloedserieus en daar schuilde een klein probleem. Nadat het woord ‘action’ klonk, verraadden hun wapperende handen, lichaamshouding en mimiek namelijk alles: dit waren geen Amerikanen, maar dit was Romeins theater op zijn best! Overigens had de regisseur geen moeite met deze ‘veritaliaanste Amerikanen’, de take hoefde wat hem betreft niet opnieuw.

Nadat het woord ‘action’ klonk, verraadden hun wapperende handen, lichaamshouding en mimiek namelijk alles: dit waren geen Amerikanen, maar dit was Romeins theater op zijn best!

Terug naar het dagelijks leven waarin niet alleen rijke, opgedofte ouderen, voetballende jongetjes en driftige verkeersdeelnemers een lust zijn voor het oog, maar waar ook de straatartiesten zorgen voor vermaak. Of beter gezegd: juíst zij. Sommigen zijn echt heel goed: operazangers, violisten en gitaristen, die zeker weten wat ze doen. Maar mijn favoriete artiesten zijn – eerlijkheid gebiedt te zeggen –  minder getalenteerd. Neem de illusionist op de fiets die mensen tracht de verbazen met zijn ietwat ongeloofwaardige goochelkunsten of de man die verkleed als de geest van Aladdin (met god weet waarom een oranje pruik) en uren boven een oliekannetje hangt. Het mooiste vind ik echter de hoogbejaarde man die met zijn ghettoblaster keiharde hardcoremuziek draait. En daar, in zoverre zijn lichaam het nog toelaat, met zijn vuist bij zwaait. Zijn optreden kun je belonen door wat geld in zijn koffiebekertje te werpen. Een andere man doet zowaar nog minder. Met zijn geel gespoten regenpak en geel gespoten masker (inclusief gele baard en gele heksenneus) is zijn act compleet. Meer dan zitten in dit gekke pak doet hij eigenlijk niet, maar hij maakt me met dit passieve optreden wél altijd aan het lachen.

Rome heeft helemaal geen gladiatorenspelen meer nodig, het mooiste theater vind je hier in het openbaar. Je ziet zoveel verschillende mensen, van arm tot rijk en van jong tot oud. Zoveel verschillende en verrassende creaties en scènes. Het enige wat je hoeft te doen is je ogen ervoor openhouden. En misschien een keer je beurs trekken voor een kleine beloning.