Terug naar overzicht

Waarom Jarl niet kan wachten om naar het Italiaanse strand te gaan

Jarl van der Ploeg is correspondent in Rome en columnist voor Smaak. In de corona-tijd mist hij het Italiaanse strand enorm. ‘Italiaanse stranden zijn als het leven zelf, maar dan met minder kleren aan’.

Tussen de schotelantennes door liepen we rondjes op het dak van ons Romeinse appartement, zoals we al de hele lente deden. Het was een warme, heldere dag dus toen ik naar rechts keek zag ik opeens iets dat leek op de zee. Er trok een weemoedige steek door mijn lichaam want o, wat miste ik die zee. Of specifieker: ik miste het strand.

Als het leven zelf
Het mooiste aan Italië zijn namelijk de volle stranden. Italiaanse stranden zijn als het leven zelf, maar dan met minder kleren aan – misschien dat ik daarom altijd aan het paradijs denk zodra ik er arriveer. Ze zijn als het leven zelf, omdat het hele leven er aanwezig is. Er zijn baby’s van twee maanden oud die worden vertroeteld door hun oma’s van ver in de tachtig. Er zijn peuters, kleuters, tieners en twintigers, toeristen, verliefde stelletjes en sportteams vol vrienden. Op sommige stukken strand lopen zoveel pubers rond dat de lucht troebel is van de feromonen, terwijl de bedjes even verderop vol liggen met het natte en rimpelige vlees van oude mensen, alsof het strand opeens een warmtebrug voor frikadellen is geworden bij een benzinepomp langs de A2.

Voltallige Italiaanse familie
De gelukkigste zomerdagen zijn die dagen waarop er op het strandbedje naast je een voltallige Italiaanse familie bivakkeert. En voltallig betekent in dit geval alles tussen achterneef en overgrootmoeder in, inclusief de klasgenootjes van alle zoons en dochters, want kinderen zijn dusdanig heilig in Italië dat zoiets futiels als genen er niet toe doen tijdens een zomerdag aan zee. Zo’n familie zit daar dan de hele maand. Want zoals sommige Nederlanders een seizoensplek op de camping reserveren, zo reserveren Italianen een plek op hun favoriete bagno – het liefst precies dezelfde plek als het jaar daarvoor, tenzij die bekakte familie uit Verona ook weer heeft geboekt, want in dat geval schuiven ze liever wat plaatsjes op naar rechts, maar niet te ver want ze willen nog wel met de Andreotti’s kunnen babbelen.

Ze eten veel, spelen veel, praten veel
Ze laten de tijd als een cirkel aan zich voorbijtrekken. Iedere dag is exact hetzelfde als de dag ervoor en de dag erna. Er bestaat geen vooruitgang en dat is precies de bedoeling want de zomer dient in Italië als een surplace in een verder gejaagd leven. Ze eten veel, ze spelen veel, ze praten veel en naarmate de uren wegtikken, draaien ze hun ligbedjes iedere dag op identieke wijze met de zon mee tot iedereen exact even bruin is als het jaar daarvoor.

Stel hagedissen
Vooral de mijmerende oudjes vormden een prachtig onderdeel van dat tableau vivant. Terwijl iedereen om hen heen op en neer stuitert, liggen zij vrijwel de hele dag onbeweeglijk in de zon als een stel hagedissen, ongetwijfeld weggezonken in het moeras van hun herinnering dat hen terugvoert naar die drukkende zomerse zwoelte van 1954, toen deze hele familiegeschiedenis begon. Vooral als ze hun grote zonnebrillen afzetten om de luiers van hun kleinkinderen te verschonen, zie je soms dat hun ogen overlopen van vertedering.

La dolce vita zoals het bedoeld is
Vaak al zag ik zo’n tafereel, meestal als de zon bijna onderging, de ricotta uit de cannoli van de kinderen drupte en de ouders halverwege hun fles Vermentino waren, en dan dacht ik: dit is la dolce vita zoals het bedoeld is, het zoete leven waar Italië zo beroemd om is. Als die God in Frankrijk ook maar een beetje hersens in zijn flikker had, gaf hij zijn linkerarm in ruil voor het leven van een Italiaan in de zomer.

Dagdroom
Vanwege een laag overvliegende traumahelikopter schrok ik opeens uit mijn dagdroom en keek om mij heen, niet naar het strand, maar naar het nu: een dak vol schotelantennes in een stad in de ban van het coronavirus. Ik ging op een muurtje zitten en zag bij de overburen een kindertekening hangen met daaronder de tekst: andrà tutto bene – alles komt goed.

Klopt, dacht ik. Ooit komt alles weer goed. En als het zover is, ga ik weer naar het strand.

LEES OOK:

Jarl van der Ploeg woont en werkt als correspondent in Rome en schreef daarover het boek Wegens vakantie gesloten. Met ons deelt hij de hoogtepunten.