Terug naar overzicht

Palermo: journaliste Alice Ida deelt haar fijnste tips en adressen

De Italiaanse journaliste Alice Ida verloor jaren geleden haar hart aan Palermo en kan vol liefde over haar vertellen. Met historische verhalen, anekdotes en haar beste tips brengt Alice hier een ode aan de Siciliaanse hoofdstad.

De eerste keer dat ik Palermo zag, was het zomer. Ik zag de stad vanaf een boot die uit de haven van Napels was vertrokken. De opkomende zon, weerspiegeld in de zee, gaf de hemel een verleidelijk roze kleur. Het licht speelde met het silhouet van de stad aan de baai en de bergen eromheen. Ik keek uit over de rots van Capo Zafferano ten oosten van de stad tot aan Monte Pellegrino aan de andere kant van de golf. Precies het uitzicht waar Johann Wolfgang von Goethe aan herinnert in zijn boek Italiaanse reis. En ook ik werd, net als de Duitse schrijver, door de aanblik van de baai vanaf het water getroffen.  

Aantrekkingskracht  
Palermo geniet van een onmiskenbaar gunstige geografische ligging, in het hart van de Middellandse Zee. De stad ligt ingeklemd tussen bergen en water, op een vlakte die toepasselijk de Conca d’Oro heet (Gouden Kom). Niet alleen vanwege de strategische positie, maar ook vanwege de winderige zomers, milde winters en weelderige vegetatie, hebben Feniciërs, Romeinen, Arabieren, Spanjaarden en Noormannen zich hier door de eeuwen heen gevestigd en hun sporen nagelaten; door de stad vind je een opeenvolging van monumenten en verschillende architecturen. De meest opmerkelijke architectuurstijl is de Arabische-Normandische, die dateert uit de middeleeuwen. Onder andere de Kathedraal van Palermo en de San Cataldo-kerk, met haar rode koepels, zijn in deze indrukwekkende stijl gebouwd en vallen nu onder Unesco-werelderfgoed. 

Heilige Rosalia 
Net als de vele Italianen zijn ook de Palermitanen trouw aan hun tradities en riten, zoals die van de patroonheilige Rosalia. De mooie Rosalia werd gedwongen een prins te huwen, maar aan de vooravond van haar huwelijk kreeg ze een visioen van Jezus en weigerde te trouwen. Ze knipte haar vlechten af en vluchtte naar de Monte Pellegrino, waar ze verder zou leven als kluizenaar. Op 15 juli 1624, bijna vijfhonderd jaar na haar dood, werden haar beenderen gevonden in een grot. En juist op het moment dat haar botten werden overgebracht naar Palermo, werd de stad verlost van de heersende pestepidemie.  Nog steeds vindt er elk jaar rondom 15 juli een meerdaags festival ter ere van haar plaats en in september lopen pelgrims naar het heiligdom op de Monte Pellegrino, waar nu haar relikwieën bewaard worden.  

Van winkeltje tot imperium  
Aan het eind van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw beleefde Palermo haar belle époque. Symbool voor deze periode is de saga van de familie Florio, een Palermitaanse ondernemersfamilie. Wat begon met een winkeltje in kruiden en specerijen resulteerde in een imperium met tonijnvisserijen, scheepsrederijen, zwavelmijnen en wijngoederen in Marsala. De Florio’s groeiden uit tot een van de rijkste families van Italië en hun naam zie je overal op Sicilië terug: van de luchthaven Vincenzo Florio (Trapani) tot herinneringen aan de Targa Florio, een beruchte autorace. Aan de rand van Palermo ligt, pal aan zee, het Casa Florio, dat bestaat uit een bombastisch palazzo en een voormalige tonijnvisserij. Een rondleiding geeft je een goed beeld van de rijkdom en de geschiedenis van deze bijzondere familie. € 6, casaflorio.org 

Feniks 
Met de Eerste Wereldoorlog maakte de belle époque plaats voor een tijdperk van strijd en bloedvergieten. Decennialang was de stad getuige van drama en ellende en raakte in verval. De Santa Maria dello Spasimo-kerk ging fungeren als vuilnisstort en door wateren van Cala in de jachthaven van de stad stroomde een deel van het stadsriool. En terwijl de rest van het land alweer in rustiger vaarwater verkeerde, kampte Sicilië in de jaren 80 en 90 nog met een oorlog tegen de maffia. Maar Palermo wist te herrijzen uit haar as. Beetje bij beetje begon ze haar eigen schoonheid weer te waarderen en vooral te koesteren. De Santa Maria dello Spasimo behoort na een renovatie tot een van de vele juweeltjes van de stad en onlangs gaf de gemeente goedkeuring om de commerciële haven te verplaatsen naar een locatie buiten de stad en de boulevard opnieuw in te richten. In de periode van verval hebben veel inwoners Palermo noodgedwongen verlaten, maar ze zijn haar nooit vergeten. Sommigen zijn teruggekeerd om hun verworven kennis, opgedaan in welvarende steden, hier te gebruiken. Nieuwe bedrijven die de afgelopen jaren zijn ontstaan, dragen bij aan de steeds groter wordende wilskracht om te renoveren. Een wilskracht die de laatste tijd door de aderen van de stad lijkt te stromen. 

Palazzo Butera 
Als we het hebben over restauratieprojecten in de stad, mogen we het Palazzo Butera niet overslaan, een enorm achttiende-eeuws gebouw in de Arabische wijk Kalsa. De Milanese kunstverzamelaar Massimo Valsecchi kocht het pand in 2016 aan, renoveerde het en stelde het open voor publiek. In het palazzo maak je kennis met de geschiedenis van drieduizend jaar immigratie op het eiland en de invloed daarvan. Valsecchi stelt er tevens zijn bijzondere kunstcollectie permanent tentoon en organiseert tijdelijke exposities. Naar eigen zeggen: ‘gedreven door de liefde voor de stad en mijn ambities om in haar te investeren’. Entree € 7,50, palazzobutera.it 

Ambities 
‘Sicilianen zullen nooit willen verbeteren, omdat ze zichzelf als perfect beschouwen’, zegt Burt Lancaster in de film van Luchino Visconti. Maar dat lijkt voor Palermo niet op te gaan. De ambities worden alsmaar groter. Misschien wel te groot: ik hoorde toevallig een illustere Palermitaanse magistraat zeggen: ‘Als iedereen wist hoe goed het leven in Palermo is, zou de stad worden binnengevallen. We kunnen ze beter weer vuilnis op straat laten zien…’. Een grapje, natuurlijk. Want grote ambities en invloeden van buitenaf horen eenmaal bij de stad; die hebben haar tenslotte gemaakt tot de schoonheid die Palermo nu is. 

Arancina è fimmina  
Arancina of Arancino? Hoe je de gefrituurde rijstbal noemt, is een eeuwigdurende discussie tussen het westen en oosten van Sicilië: in Palermo bestel je een arancina, in Catania een arancino. Deze lekkernij doet qua vorm en kleur denken aan een sinaasappel en daar begint de onenigheid; het westen vindt dat de naam op een ‘a’ moet eindigen omdat de bal is vernoemd naar het Italiaanse woord voor sinaasappel, arancia. De oostkant verwijst naar het Siciliaanse woord, arànciu, dat mannelijk is en daarom schrijf je een ‘o’ aan het einde. Beide delen zijn het er echter wél absoluut over eens dat deze lekkernij op de dag van Santa Lucia zoveel mogelijk gegeten dient te worden. 

Kijkje in de ziel 
De in Palermo geboren schrijver Giuseppe Tomasi di Lampedusa, bekend van het boek Il gattopardo (De tijgerkat), liet de wereld kennismaken met de fascinerende adel van de Siciliaanse hoofdstad. Het verhaal over het leven van zijn grootvader, die als Siciliaanse prins worstelt met ontwikkelingen rondom de eenwording van Italië en de ondergang van de adel, leek aanvankelijk voor niets op papier te zijn gezet – geen uitgever wilde het publiceren. Een jaar na Tomasi di Lampedusa’s dood werd Il gattopardo in 1958 alsnog uitgegeven en vijf jaar later wereldberoemd toen Luchino Visconti het verfilmde. Zowel het boek als de film geven een inkijkje in de Siciliaanse ziel. 

BEKIJK OOK:

Wil je dagelijks de leukste vakantietips en het laatste nieuws uit Italië? Volg De Smaak van Italië op Facebook!

Fotografie: Alberto Alicata – Living Inside