Terug naar overzicht

De gestoorde neus van Alessandro Gualtieri

In de rubriek ‘Italiaan in Nederland’ praat Jolie Jacobs met Italianen die naar Nederland zijn verhuisd. Dit keer heeft Jolie een nogal bijzonder gesprek met Alessandro Gualtieri, een parfumeur in hart  en nieren.

Het Italiaanse Nassomatto betekent (vrij vertaald) ‘gestoorde neus’. De parfumlijn is de verpersoonlijking van een Milanees met priemende blauwe ogen en een neus die jou opspoort voordat zijn oren je hebben gehoord.

De flesjes in de antieke apothekerskast glimmen donkerblauw op in het licht van een paar spotjes. In het halfdonker loop ik een steile, houten trap af naar het keukentje in het souterrain van het Amsterdamse grachtenpand. Een kleine, bedompte ruimte. Het enige licht van buiten wordt tegengehouden door zwarte fluwelen gordijnen. Zowel boven als hier beneden hangt een zware, bewierookte geur. ‘Ik heb net een filtraat gemaakt van natuurlijke materialen, je ruikt de wax die daaruit vrij komt’, zegt Gualtieri terwijl hij zich omdraait met een pot thee in zijn hand. ‘Als die geur er niet was geweest had ik je waarschijnlijk al geroken voordat ik je had gezien.’ Enigszins verontrust door deze uitspraak zeg ik dat ik gedoucht heb en geen geurtje draag vandaag. ‘Ik ruik iemand eerder dan dat ik hem zie. Ik ruik zelfs of je medicijnen gebruikt. Ik zou naar het blauw van je ogen kunnen kijken, zien hoe je krullen over je schouders vallen of wat je aan hebt, maar voor mij zegt je geur alles. Dat is waar ik verliefd op word. Geur is een manier van communiceren’, legt hij geduldig uit.

Alessandro wil de geur van alle vouwen in het menselijk lichaam overbrengen: de ruimte tussen de vingers, de oksels, het kruis en ‘ik experimenteer ook met mijn anus’, zegt hij losjes

Rock ’n roll
Na jaren voor bekende modehuizen te hebben gewerkt als Fendi, Valentino en Diesel, streek de Milanees neer in Amsterdam en zette hij zijn eigen parfumlijn op, genaamd Nasomatto. Hij heeft zijn pand aan de Singel over twee ruimtes verdeeld. Het rechterdeel is een echt laboratorium. Helderwit van kleur, het raam is behangen met bolle flesjes en reageerbuizen. Op de planken staan ruim 2000 flesjes, vertelt hij me later. Op de deur van het zo contrasterende linkerpand, waar ik zojuist binnen ben gestapt, hangt een gouden naamplaatje waarop staat: The Nose. Gualtieri wordt gezien als de rock-’n-rollster onder de parfumeurs. Hij haalt zijn schouders op als ik een citaat daarover aanhaal: ‘Als ik ga lezen wat anderen schrijven, kom ik niet meer toe aan mijn werk. Het zijn maar woorden’, zegt hij als hij de thee uitschenkt in een oud Engels servies.

Poep
Met zijn puntige, grijze baardje en de zwarte oversized designerkleding lijkt hij eerder als tovenaar uit een sprookje te zijn gestapt, dan de rock-’n-rollster waar voor hij wordt versleten. Hoewel de typering hem wel eer aandoet, ontdek ik als hij vertelt over zijn nieuwste parfumlijn Orto Parisi. Daarin wil hij de geur van alle vouwen in het menselijk lichaam overbrengen: de ruimte tussen de vingers, de oksels, het kruis en ‘ik experimenteer ook met mijn anus’, zegt hij losjes. Ik kijk er niet vreemd van op. Ter voorbereiding van dit interview zag ik hem in een documentaire aan zijn eigen zaad snuffelen als mogelijk ingrediënt voor het parfum Blamage. Orto Parisi is zijn nieuwe baby, legt hij uit. Een van zijn inspiratiebronnen voor deze lijn is zijn grootvader, Vincenzo Parisi. ‘Mijn opa bewerkte vroeger het land van de familie Medici. Elk jaar verbleef ik drie maanden bij hem op de boerderij nabij Varese. In het begin moest ik altijd even wennen aan de geur, mijn grootvader verzamelde zijn eigen uitwerpselen in een grote emmer om het land te bemesten. Ik denk dat hij er te veel van gebruikte, de zucchini waren wat bitter van smaak’, herinnert Gualtieri zich. Hij kijkt er serieus bij.

Verliefd
‘Zou je je herinneringen aan Italië willen bottelen?’, opper ik. Zijn lichtblauwe ogen kijken me doordringend aan. ‘Ik ben een slagerszoon. Ik herinner me vooral de geur van bloed, van emmers vol beenderen. Elk jaargetijde had onze winkel een andere geur. Het is moeilijk uit te leggen hoe dat precies ruikt. Het hoofd van een dode koe ruikt anders dan het lichaam van een varken dat aan een vleeshaak voor het raam hangt. Een geur is lastig te definiëren. Daarbij wordt ‘bloed’ al lang als ingrediënt gebruikt in parfums. Bij geurtjes wordt altijd aangegeven wat er precies in zit: bloemen, kruiden, citrusvruchten, hout, maar dat is bullshit. De geur van bloed of van een roos bestaat uit allerlei elementen en daarvan gebruik je er misschien een paar in een parfum, maar niet allemaal. Waarom zou je de geur van een roos willen namaken, het bestaat al en je wilt ook niet naar een wc-blok ruiken, of wel?! Ik werk liever met ingrediënten waar ik verliefd op ben’, vervolgt hij. ‘Zie parfum maken maar als het componeren van muziek. Eerst kies je de instrumenten, daarna de noten. Dan kies je voor een bepaalde melodie met akkoorden. Soms voeg je er nog een instrument aan toe, een contrabas of een drum. Elke noot kun je hoog of laag spelen. Hetzelfde geldt voor het maken van een parfum. Het is een spel. Je werkt vanuit een buikgevoel, want als je erover gaat nadenken limiteer je jezelf. Dan houdt het op een gegeven moment op.’ Het wordt me duidelijk: deze man speelt niet in een coverband, maar is een artiest die constant op zoek is naar vernieuwing.

Perfecte mislukking
Zijn geuren hebben namen als Absinth, Narcotic V., Black Afgano en Blamage. Dat laatste parfum verbeeldde zijn zoektocht naar de perfecte mislukking, gezien de beste parfums, volgens hem, voortkwamen uit fouten. En blijkbaar is zijn perfecte mislukking een groot succes. Sinds hij het afgelopen winter presenteerde is de hele jaarvoorraad uitverkocht. Toch is dat voor hem geen reden voor een feestje: ‘Het is pas een succes als mensen jaar na jaar terugkomen voor die ene geur, omdat het iets van henzelf is geworden. Dan weet je dat je een beetje magie hebt gecreëerd. De reden waarom er elk jaar zoveel nieuwe parfums op de markt komen, is dat ze niet verkopen, dus er moet iets nieuws worden bedacht. Wat we nodig hebben is meer kwaliteit en minder producten.’ Voor Gualtieri is dat precies de reden waarom hij als parfumeur vertrok bij de beroemde modehuizen en voor zichzelf begon. Zijn nicheproducten brengen exclusiviteit met zich mee, die voor hem niet gelijk staat aan een duur parfum. ‘Exclusiviteit is de combinatie van kwaliteit en creativiteit. Daarmee maak je een uniek parfum en dat hoeft niet per se duur te zijn’, voegt Gualtieri eraan toe. Hij begint wat tekenen van onrust te vertonen. Schuift wat met zijn stoel. Zijn ogen zeggen me dat zijn werk roept. ‘Een laatste vraag’, zeg ik. ‘Fijn,want ik moet nog veel doen vandaag en je praat niet over geur, je beleeft hem’, antwoordt hij.

Van vitaal belang
‘Staat exclusiviteit gelijk aan luxe?’, vraag ik. ‘Voor mij is luxe de eerste vijf uur van de ochtend mijn telefoon niet opnemen of het drinken van goede wijn uit een glas waar ik mooie herinneringen aan heb. Ik voel me rijk als ik als een idioot 4000 kilometer op en neer rij naar Italië, waar ik samen met de familie Montalcino mijn eigen wijn maak. Het is een luxe als ik daar tijd voor vrijmaak en daarna met vrienden en familie van de wijn mag genieten. Het ligt er maar net aan wat jij verstaat onder luxe. Voor jou is parfum misschien een luxe, voor mij is parfum van vitaal belang.’ Als we weer voor de apothekerskast staan, vraagt hij: ‘Spicy of bloemig?’ Ik krijg zes geuren opgedaan. Drie op mijn linkerarm, twee op mijn rechter en één in mijn hals. ‘Wat heb je nu samengesteld?, vraag ik. Hij draait het flesje om. Op de bodem staat geschreven: ‘Everything I own, smells of you’. Zodra ik de deur uitloop, kijk ik nog eens om. Achter het raam van zijn laboratorium zie ik hem ingespannen met zijn neus boven een flesje hangen. Plots merk ik zijn motor op die voor het raam staat geparkeerd. Toch een beetje een rock-‘n-roll, deze tovenaar met zijn brouwsels.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in De Smaak van Italië