Ik Vertrek met de familie Boerkamp naar Montefiore dell’Aso
Terug naar overzicht
De Familie Boerkamp

Ik Vertrek met de familie Boerkamp naar Montefiore dell’Aso

Met vier keer een deelname aan het tv-programma Ik Vertrek zijn Bionda en Alwin Boerkamp en hun drie kinderen – beter bekend als de Boerkampjes – een soort bekende Nederlanders geworden. In 2006 verruilden ze Twello voor het Italiaanse Montefiore dell’Aso en in 2020 verkasten ze van het binnenland van Le Marche naar de kust waar ze een miljoenenproject startten. Hoe krijgen ze dat elke keer voor elkaar?

Meteen het huis te koop gezet

‘Alwin zag zichzelf altijd al wel leven in een zonniger klimaat. En ik heb tijdens mijn studie in Engeland en Portugal gewoond, dus ik had ook het gevoel dat er meer te koop was in de wereld’, vertelt Bionda Boerkamp. ‘Toen we in 2006 te horen kregen dat naast ons huis in Twello gebouwd zou worden, bekroop ons het gevoel dat dit misschien wel eens het moment kon zijn waarop we een rigoureus besluit moesten nemen. Diezelfde week hebben we ons huis te koop gezet en zijn we gaan zoeken naar een nieuwe plek. In eerste instantie kon dat overal zijn. Of althans, zolang het er maar zonnig was en niet te ver van onze vrienden en familie in Nederland. Ik werkte op de Europese afdeling van de Politieacademie en kwam daar veel in aanraking met Italianen. Dat klikte altijd goed. Italië leek dus al snel een goede optie.’

Emigreren naar Le Marche

‘We vielen voor Le Marche en eigenlijk was dat puur praktisch: Toscane was te duur, het noorden te koud en we wilden in de buurt van de zee. Al snel ontdekten we de zogenaamde Dutch Mountain, een gebied in het noordelijke gedeelte van Le Marche. Dat wordt zo genoemd omdat er veel Nederlanders bij elkaar wonen, maar daar hadden wij nou juist niet zo’n zin in. Wij besloten daarom in het zuiden te kijken. We waren er die eerste keer op huizenjacht midden in de winter en hadden een weekend lang slecht weer maar toch een hele leuke tijd. Een volgend weekend ging de cameraploeg van Ik Vertrek mee en toevallig vonden we toen een geweldig huis, binnen een half uur kochten we het. Alles klopte. De vibe, de locatie, het was op loopafstand van het dorp en er hoefde niet zo veel te gebeuren. Binnen een half jaar zijn we er naartoe verhuisd en kon Villa Bionda zijn deuren
openen. En dankzij die aflevering hadden we echt een vliegende start, onze ouders konden in Twello niet eens meer normaal naar de supermarkt. In Italië bleven de boekingen maar binnenstromen.’

Schuldgevoel

‘De kinderen waren zes, vier en twee jaar oud toen we in Montefiore dell’Aso gingen wonen. Zó jong dat ze absoluut geen besef hadden wat het betekende om naar Italië te emigreren. De dag na de verhuizing gingen ze meteen naar school, in het weekend werd er gevoetbald op de dorpsclub. Binnen een paar maanden spraken ze Italiaans. Natuurlijk hoorden we op school wel dat hun woordenschat nog niet zo groot was als die van hun klasgenootjes maar dat leek ons volkomen logisch en een kwestie van tijd. Ik heb me tegenover Mike, Robbie en Jim dan ook nooit schuldig gevoeld dat we deze keuze maakten. Tegenover mijn schoonouders, die in Nederland een paar straten verderop woonden, had ik dat wél. Wij ontnamen hen toch in zekere zin hun kleinkinderen, maar dat gevoel verdween naar de achtergrond toen ik zag hoe vaak ze bij ons op bezoek kwamen.’
De familie Boerkamp

Italiaanse integratie

‘We ontdekten al snel dat onze kinderen het grootste pluspunt waren in onze Italiaanse integratie. Ook hier stonden we op het schoolplein en ook in Montefiore dell’Aso waren we ze aan het aanmoedigen langs het voetbalveld. Zo leerden we in no time veel mensen kennen. Ook de kinderen zelf hadden snel aansluiting, in ons kleine dorp waren ze met hun drie blonde koppies een interessante bezienswaardigheid. Op een gegeven moment werden we iedere avond wel ergens uitgenodigd voor het eten. Dat was erg fijn; als je in een vreemde omgeving komt is het natuurlijk heel fijn om een netwerk te hebben waarop je kunt terugvallen, ook voor simpele dingen als een goede huisarts of garage. Dat zorgde ervoor dat we ons – we verhuisden in september – rond kerstmis wel echt thuis begonnen te voelen. Dat besefte ik voor het eerst toen Alwin op de voetbalclub gevraagd werd om kerstman te spelen.’

Villa Bionda en Villa Alwin

‘We hadden het jarenlang erg naar ons zin. In 2007 begonnen we naast Villa Bionda ook met Villa Alwin, iets verderop in Montefiore dell’Aso. Tot 2010 runden we beide locaties, daarna hebben we Villa Bionda verkocht en zijn we alleen doorgegaan met Villa Alwin. Het was super, maar er was altijd één maar: onze B&B was te klein om personeel voor in te huren, maar het was weer net te groot om met zijn tweeën voor elkaar te boksen. Dus moesten we vaak hulp inschakelen van vrienden en familie. Nou vonden zij het écht geen straf om naar Italië af te reizen, maar zes maanden op die manier werken brak ons wel op. La dolce vita bestond dan niet. Zeker aan het einde van het seizoen waren we volledig gevloerd, want ondanks dat gasten ontvangen veel energie gaf, was een half jaar lang ‘aan staan’ gewoon zwaar. In oktober waren we steevast moe en grieperig. Daarbij kwam dat onze jongens groter werden en aan de kust naar school gingen. Daar kregen ze ook hun vrienden. Dus waren ze veel weg en zaten wij in de winter met zijn tweeën op onze berg. Dat was niet helemaal wat we voor ogen hadden toen we Twello verlieten. Dus op een gegeven moment zijn we gaan zoeken naar mogelijkheden. We bekeken allerlei projecten en uiteindelijk kochten we van de burgemeester een stuk grond pal aan zee, waar we in 2020 begonnen met het bouwen van het Villa Alwin Beach Resort, met 55 luxe tenten.’

Heel lange adem

We hebben nooit echt problemen gehad met de emigratie, maar er is een moment geweest dat ik ziek werd en dan is het heel rot dat je familie niet in de buurt zit. Ook de start van ons beach resort ging niet bepaald van een leien dakje. In oktober 2019 draaiden we ons laatste seizoen in Montefiore dell’Aso om in 2020 met het Villa Alwin Beach Resort van start te gaan. We kregen te maken met zóveel overheidsinstanties, van de gemeente tot de provincie en de kustwacht – iedereen vond iets van onze plannen – dat we wel een héél lange adem moesten hebben. We waren al vaker iets begonnen in Italië dus die bureaucratische tegenslagen hadden we wel ingecalculeerd. Maar waar we uiteraard geen rekening mee hielden was het uitbreken van een pandemie. Corona heeft ons veel gekost: geld, energie en af en toe veel moeite om de moed erin te houden. Inmiddels zijn we zo’n twee jaar verder en hebben we ondanks corona toch al twee goede seizoenen gedraaid.’”

Familiebedrijf

‘De kinderen zijn inmiddels 18, 20 en 21 en wij zijn met het beach resort uitgegroeid tot een echt familiebedrijf. Wij hebben dat nooit gepusht, we verwachtten niet dat zij onze plannen zouden volgen. De oudste heeft dat wel gedaan. Hij is onlangs mede-eigenaar geworden en wil het bedrijf later overnemen. De jongste is er onlangs bijgekomen en fungeert als onze technische dienst. De middelste springt alleen bij als het echt nodig is, hij heeft een carrière als professioneel gamer. Buiten het seizoen doen Alwin en de jongens onderhoud. In de loop van 2022 wordt er van alles gebouwd, zo krijgen we nog een receptiehuis en komen er appartementen voor ons op het terrein. Nu wonen we nog in het dorp Grottamare. Ik doe alles eromheen: pr, facturen, de website, jaarcijfers, dat soort dingen. En voor de dagelijkse werkzaamheden in het hoogseizoen hebben we een team aangesteld.’

Loslaten Nederlandse mentaliteit

‘We hebben echt ons best gedaan te integreren. We hebben meteen Italiaanse les genomen – nou moet ik zeggen dat onze kinderen ons nog altijd uitlachen aangezien zij inmiddels veel beter Italiaans spreken dan wij – maar ach, ik kan me prima verstaanbaar maken en bijna alles volgen. We ontdekten ook al snel dat je hier je Nederlandse mentaliteit moet kunnen loslaten. Dat geldt zowel binnen het strenge Italiaanse schoolsysteem als voor zakendoen met Italianen: dat gaat hier gewoon minder snel en daar moet je je bij neerleggen, anders lukt er niks. En ik geloof dat wij een oneindige drive hebben ons door te ontwikkelen. Tijden veranderen, wensen van gasten bewegen mee, wij geloven dat je nooit blind moet worden voor je eigen bedrijf. Daardoor blijven wij, denk ik, altijd nieuwe kansen en mogelijkheden zien.’

1001 dromen

‘Heel ver vooruit kijken we nooit. De eerste prioriteit is het beach resort helemaal afmaken. Het plan is daarna, over een jaar of drie, een stapje terug te doen. Onze oudste gaat dan een deel overnemen. Voorlopig willen we hier niet weg. Dat kunnen we trouwens ook niet omdat we er met veel geld inzitten. Ik heb wel 1001 dingen die ik nog graag zou doen, van boeken en columns schrijven tot heel veel reizen. Zo willen we nog graag naar Australië, Amerika en Afrika. En Alwin kijkt ook heel erg naar uit naar een beetje ontspanning, eens een ochtendje kunnen uitslapen. We weten in ieder geval wel bijna zeker dat we niet meer terug hoeven naar Nederland. Natuurlijk missen we onze vrienden, maar daarmee spreken we op allerlei plekken af, daarvoor hoeven we niet terug te verhuizen. Daarvoor vinden we de rest van de wereld veel te mooi en interessant.’

Beeld: Sofie Delauw