Bij Taalhuis Amsterdam waan je je elke week even in Italië
Terug naar overzicht

Bij Taalhuis Amsterdam waan je je elke week even in Italië

Samen Italiaanse films kijken, leren hoe je focaccia maakt, borrels waarbij je alleen Italiaans praat en reizen naar Sardinië en Bologna; bij Taalhuis Amsterdam leer je Italiaans, maar zeker niet alleen door opdrachten uit een boek te maken. Omdat het leuker is, én omdat je zo nog meer in aanraking komt met de Italiaanse taal en cultuur. Hieronder vertellen docenten Italiaans Francesca Branca en Marzia Ruta over hun manier van lesgeven – en wat je bij Taalhuis Amsterdam juist buiten het klaslokaal kunt doen.

Advertorial

Zo ziet een typische les eruit

Francesca: ‘Als een groep vrienden die samen een gezellige avond hebben. Er wordt altijd veel gepraat en gelachen, en we ontdekken elke keer weer een nieuw stukje Italië. We lezen artikelen, luisteren naar dialogen en kijken video’s, en vervolgens oefenen we de nieuwe woorden en grammatica die we daarin zijn tegengekomen.’

Marzia: ‘Ik begin altijd door iedereen te vragen welke leuke dingen ze de afgelopen week hebben gedaan. Zo begin je de les op een positieve manier en krijg je energie in de groep: je praat over iets wat betekenis voor je heeft, en uitnodigt tot een gesprek. Dat gevoel wil ik de hele les vasthouden. Ik wil dat je als cursist volledig opgaat in het Italiaans; dat je je nieuwsgierig en uitgedaagd blijft voelen. We sluiten altijd af met een communicatieopdracht, waarbij je oefent wat je in de les hebt geleerd.’

Links: Marzia, rechts: Francesca.

De gedachtegang achter deze manier van lesgeven

Francesca: ‘Als docenten vinden we het vooral belangrijk om je te helpen communiceren in het Italiaans, zodat je met echte Italianen kunt praten – en je ze ook kunt verstaan. Daarvoor proberen we een positieve, open en vriendelijke sfeer te creëren, waarin iedereen de ruimte krijgt om te praten en vragen te stellen. We hebben een communicatieve en coöperatieve manier van werken, en houden altijd rekening met de individuele behoeften van onze cursisten (of je nu het nieuws wilt kunnen volgen, het CILS-examen wilt afleggen of Italiaans wilt leren voor zakelijke doeleinden).’
Marzia: ‘Waarom wil je Italiaans leren? Wat wil je ermee doen?” Dat zijn voor mij de belangrijkste vragen om aan cursisten te vragen. Verder willen we er inderdaad voor zorgen dat cursisten zich vrij voelen om de taal te ontdekken, en elkaar daarbij helpen. We houden de groepen klein, zodat je je helemaal in het Italiaans kunt onderdompelen.’

Evenementen buiten het klaslokaal

Jullie organiseren ook veel evenementen buiten het klaslokaal. Welke bijvoorbeeld, en hoe helpt het bij Italiaans leren?
Marzia: ‘We komen met onze cursussen zo dicht mogelijk bij het echte Italië, en onze evenementen dragen daar ook veel aan bij. We organiseren bijvoorbeeld elke maand de Cineforum op zondagmiddag: hier kun je mooie, en niet al te conventionele Italiaanse films bekijken en erover praten met andere filmliefhebbers, onder het genot van een goed glas wijn. Net als hoe je het in Italië zou doen: film en aperitivo, de perfecte combinatie.’
Francesca: ‘We hebben ook bijvoorbeeld muziek- en kookworkshops en borrels waarbij je je Italiaans kunt oefenen met onze Italiaanse cursisten die Nederlands leren. Een goede gelegenheid om alles wat je hebt geleerd in de praktijk toe te passen, en je leert er ook weer nieuwe dingen.’

Taalreizen naar Italië

Over in de praktijk toepassen gesproken: jullie organiseren ook taalreizen naar Italië. Wat doen jullie daar zoal?
Francesca: ‘Bij onze reizen kun je een week lang elke dag de Italiaanse cultuur opsnuiven, taallessen volgen, culturele activiteiten ondernemen en natuurlijk lekker eten. In mei en juni gaan we naar Sardinië, waar we een van de oudste beschavingen van het Middellandse Zeegebied gaan bezoeken – een plek met duizenden jaren aan geschiedenis, kunst en architectuur. Er zijn ook wilde bergen, en misschien wel de mooiste stranden van Europa. Dus natuurliefhebbers komen er ook zeker aan hun trekken.’
Marzia: ‘En in april gaan we naar Bologna, daar kijk ik erg naar uit! In oktober 2021 hebben we ook een reis naar Palermo gemaakt met zo’n vijftien cursisten, en dat was een van de beste ervaringen die ik ooit als docent heb gehad. Iedereen had het naar zijn zin, leerde veel en kon elke dag Italiaans oefenen. Het ene moment vroegen cursisten de weg op de markt, het andere moment bestelden ze hun colazione in een koffietentje. We vormden al snel een hechte groep Italofielen.’
De opzet is in Bologna ongeveer hetzelfde als op Palermo: je krijgt elke dag drie uur les, en in de middag is er een speciale activiteit. En elke dag is er ook een vast aperitivo-moment, waarop we elkaar vertellen wat we die dag hebben gedaan.

Typische gerechten

Jullie komen zelf ook uit deze streken. Wat zijn nou typische gerechten die hiervandaan komen?
Marzia: ‘Ik ben opgegroeid in Palermo, maar heb het grootste deel van mijn volwassen leven in Bologna doorgebracht – dus ik vind het een lastige keuze. Maar zeker wanneer het op koken aankomt hoef je ook niet altijd te kiezen. Mijn gerecht is lasagne alla norma, met lasagnevellen die alleen bestaan uit bloem en eieren en zijn uitgespreid met een deegroller. Ik wissel ze laagje voor laagje af met verse tomatensaus met een vleugje basicilum, en plakjes gebakken aubergine. Daarna strooi strooi ik er lekker veel geraspte Parmezaanse kaas overheen.’
Francesca: ‘De Sardijnse stad Cagliari ademt zee, dus wanneer je daar bent moet je zeker de verse zeevruchten proberen. Die kun je bijvoorbeeld krijgen bij de versmarkt in het centrum, de grootste overdekte versmarkt van Italië. Een typisch gerecht is fregola con frutti di mare e zafferano: een speciale handgemaakte pasta met vongole, mosselen, inktvis en garnalen, een snufje pittige peperoncino, knoflook en natuurlijk, echte Sardijnse roodgouden zafferano.’

BEKIJK OOK: