Terug naar overzicht

Verrassend leuk: Turijn!

Torino is wellicht de grootste verrassing van Italië. Wie over de brede boulevards wandelt, ziet namelijk allesbehalve een grauwe industriestad – het ingeburgerde imago van Turijn. Kilometers aan fraaie zuilengalerijen, eeuwenoude koffiebarretjes en palazzi, maar ook prachtig gerenoveerde industriële panden, maken deze stad in Noord-Italië juist ontzettend leuk!

Fotografie: Liselotte van Leest

Turijn is ontstaan in de derde eeuw v. Chr., maar ziet er desondanks tamelijk jong uit. Toen Napoleon in 1800 voet zette in de stad, nam hij het historische centrum direct op de schop. Smalle straten moesten plaatsmaken voor brede boulevards, net als in Parijs. Dankzij deze boulevards, geflankeerd door sierlijke galerijen, kreeg de stad allure en bovendien meer frisse lucht. Welgestelde inwoners konden nu langs de grote paleizen van Turijn flaneren zonder daarbij bedwelmd te raken door stinkende stadse luchten. Die ruim tweehonderd jaar oude avenues tekenen het elegante karakter van Torino vandaag. Een karaktereigenschap die de stad lange tijd verstopt had onder een grauwe deken.

turijn1
Van links naar rechts: een van de historische winkelpuien, het trappengat van Palazzo Madama en de zuilengalerij langs het Piazza San Carlo

Slecht imago
Aan het begin van de twintigste eeuw was Turijn een echte industriestad. Onder meer dankzij de explosieve groei van FIAT (Fabbrica Italiana Automobili Torino) trok ze meer  arbeidsimmigranten aan dan toeristen. Het hedendaagse imago van een grijze stad komt zodoende niet helemaal uit de lucht vallen. De bloeiende industrie had zijn weerslag op haar uiterlijk, dat halverwege de twintigste eeuw inmiddels donker en grauw was geworden. De ommekeer kwam met de Olympische Winterspelen in 2006. Eeuwenoude panden werden gerenoveerd, straten beter verlicht en winkeltijden verruimd. Er kwam een nieuw metrostelsel en musea en paleizen kregen een opknapbeurt. Turijn was niet langer de stad waar louter werd gewerkt, maar een plek om te bezoeken.

Een greep uit de paleizen
Eeuwenlang was Turijn de thuishaven van roemruchte families, zoals de fortuinlijke Savoyes. Veel gebouwen in en rondom de stad herinneren hier nog aan. Midden in het centrum vind je het reusachtige, achttiende-eeuwse Palazzo Reale. Een wandeling door de geweldig gedecoreerde vertrekken van dit paleis brengt je terug naar de tijd van het Italiaanse hofleven. Voor de poort van het Palazzo Reale ligt een ander pareltje: Palazzo Madama. Dit gebouw stamt al uit de middeleeuwen, wat goed zichtbaar is aan de achterzijde. De façade komt uit de tijd van de barok. Binnenin vind je een scala aan overweldigende kunst. Maar het hoogtepunt is het trappenhuis, dat bovendien gratis te bezichtigen is. In het even verderop gelegen Palazzo Carignano zagen de Italiaanse historische figuren Carlo Alberto en Vittorio Emanuele II het levenslicht. In ditzelfde palazzo huisde een halve eeuw later het eerste Italiaanse parlement, toen Turijn als hoofdstad van Italië fungeerde (1861-1865). Tegenwoordig is er het Museo del Risorgimento in gevestigd, een museum ter ere van de Italiaanse eenwording dat rijk is aan geweldige kunstschatten.

turijn3
Van links naar rechts: Galleria Subalpina, Barney’s, Via Giuseppe Garibaldi

Autodiscussie
Het dynamische verleden van Turijn, als financieel hart en voormalige hoofdstad van Italië, geeft de stad vandaag een koninklijk en tegelijkertijd industrieel karakter. En dat zorgt weleens voor discussie, bijvoorbeeld over het stadsplan. Dankzij de negentiende-eeuwse, brede straten van Napoleon is het centrum zeer autovriendelijk. Decennialang kon de stad van FIAT dit alleen maar toejuichen, maar inmiddels is een aantal van deze boulevards gesloten voor auto’s. Er gaan zelfs stemmen op om de binnenstad volledig autovrij te maken. Het zal niet verbazen dat een groep geboren Turijners het hier grondig mee oneens is. ‘Turijn is dé autostad. Als je dat niet zint, moet je maar ergens anders gaan wonen!’ Horen we meerdere malen tijdens ons bezoek.

FIAT-fabriek
Of je nu om auto’s geeft of niet, de voormalige fabriek van FIAT (beter bekend als Lingotto) mag niet ontbreken op je to-do-lijst. In het pand zijn tegenwoordig onder meer een restaurant, winkelgalerij, hotel en een museum gevestigd, waarin je nog duidelijk de elementen van de oude autofabriek herkent. Zo loop je naar boven via de spiraal waar eens de Fiatjes van verdieping naar verdieping werden gereden. Het absolute hoogtepunt is het oude testcircuit boven op het dak, waar je nu overheen kunt wandelen. Je bereikt het via het kunstmuseum Pinacoteca Agnelli (entree € 12).

Paradijselijke supermarkt
Tegenover de fabriek vind je de eerste vestiging van de wereldberoemde keten Eataly. Een supermarkt die een paradijs vormt voor liefhebbers van de Italiaanse keuken. En niet alleen voor je boodschappen. Je kunt er namelijk ook voor kiezen om direct aan te schuiven en ter plekke te genieten van al dat lekkers. In het centrum is een kleinere vestiging van Eataly te vinden (Via Lagrange 3).

Caffè
Wie de dag met goede koffie wil beginnen of tijdens het struinen wel een oppepper kan gebruiken, heeft keuze uit legio historische cafés waar chic geklede heren met verstand van koffie achter de toog staan. De populairste vind je aan het Piazza San Carlo, waar Caffè San Carlo en Caffè Torino met hun historische, kitscherige interieurs de show stelen. Of bij winkelgalerij Subalpina, met beroemde barren als Caffè Mulassano en Baratti & Milano. Het meest onder de indruk zijn wij echter van Caffè Reale, verstopt achter in het Palazzo Reale. Niet zozeer vanwege de koffie, maar vanwege de koninklijke entourage. Aan de Via Po, vlak bij de beroemde Mole Antonelliana, is het de moeite waard om halt te houden bij Caffè Confetteria Abrate. Een van de weinige cafés die de lokale specialiteit caffè con panna nog serveert, een espresso met een dikke laag stevige slagroom, dat je bijna zoete boter kunt noemen. Eén kopje van deze specialiteit en je bent een paar uur verzadigd. Een andere machtige specialità torinese vind je in de barretjes rondom het Piazza della Consolata, namelijk bicerin. Koffie met chocolademelk en slagroom, traditioneel geserveerd in een glas op een voetje. Natuurlijk kent de stad ook hippe, moderne koffiebarren. Onze favoriet is het kleine Orso, in de gezellige wijk San Silvario, waar de barista een rasechte koffiespecialist is en zijn kennis graag met je deelt. (Via Bartholet 30g). Een echte must see onder de Turijnse koffiebarren is Barney’s, ingericht met vintage meubelen en modern design. Het is even zoeken naar deze bar in de Circolo dei Lettori – je moet er zelfs voor aanbellen bij een groot palazzo, maar eenmaal de drempel over drink je wel je cappuccino op een unieke plek (Via Giambattista Bogino 9).

turijn4
Van links naar rechts: Piazza Vittorio Veneto, koffiecafé Orso en cappuccino bij Caffè Reale

Noord-Italiaans ritme
Het levensritme van de Torinesi lijkt meer op dat van Noord-Europeanen dan op dat van hun zuidelijke landgenoten, zo beweren ze zelf. En hier zit zeker een kern van waarheid in. Mensen op straat lopen sneller, de bus komt precies op de aangegeven tijd en het middagdutje lijkt er niet te bestaan. Sommigen beweren zelfs dat Turijners nog altijd leven naar de fabriekstijden: ze staan vroeg op en gaan doordeweeks zelden tot laat in de avond uit. Als dit laatste al waar zou zijn, dan betekent dit niet dat de stad geen Italiaanse gezelligheid kent. Integendeel, het aperitivo wordt door de inwoners hoog in het vaandel gedragen. Doe zoals de Torinesi doen, en strijk neer op een van de vele terrassen voor een Vermut Carpano vergezeld van diverse hapjes uit Piemonte. In La Salumeria op steenworp afstand van de Po wordt een apericena geserveerd, een combinatie van aperitivo en cena (diner). Voor tien euro krijg je een cocktail of glas wijn naar keuze en kun je (onbeperkt) genieten van het zeer uitgebreide buffet. Met honger deze ‘worsterij’ verlaten is -zelfs voor een vegetariër- onmogelijk ( reserveren is aan te raden).

Santa Polenta!
Het ritmo torinese mag dan wel Noord-Europees aandoen, eten wordt hier wel degelijk op zijn Italiaans beleefd. ‘Santa polenta!’ roepen de (oudere) inwoners geregeld bij verwondering. Het moge
duidelijk zijn: eten is heilig voor ze. En dan met name goed en gezond eten. De stad kent zelfs een fastfoodketen die alleen slow food bereidt, genaamd M**Bun. Hier eet je overheerlijke (vegetarische) hamburgers, gemaakt volgens het chilometro zero-principe, dat betekent dat alles lokaal wordt geproduceerd. Ideaal voor een snelle, doch lekkere maaltijd. Een delicatessenzaakje dat je niet snel zult vergeten is Sapori & Tassinari&C. (Via San Tommaso 12) van ‘Smaakmeester’ Maurizio, een titel die de Slow Food-beweging hem officieel heeft gegeven. Tijdens ons bezoek wordt er door klanten en personeel druk gediscussieerd hoe je Maurizio’s pasta nu het beste kunt koken. Maar over één ding zijn ze het stellig eens: niet te veel poespas toevoegen, de pasta is al verrukkelijk op zichzelf. Maurizio’s delicatessen kun je ter plekke laten bereiden en opeten. Een populaire lunchplek onder locals is het kleine Poormanger, waar de chefs enorme Piemontese aardappelen vullen met verse lokale producten. Fijne prijzen en erg lekker. Wil je de beruchte truffels uit de omgeving proberen? Schuif dan aan in Bistrot I Tartufi. Hier is het grootste gedeelte van de kaart gebaseerd op, inderdaad, de dure paddenstoel.

3x zien buiten het centrum

Reggia di Venaria is een overweldigend paleis op een enorm landgoed, gebouwd halverwege de zeventiende eeuw. Vanuit het centrum van Turijn vertrekt een aantal keer per dag een shuttlebus naar Venaria. Let wel, de kans is groot dat de laatste bus (15:30 u) na sluitingstijd van de kassa aankomt. Het is in dat geval alleen nog mogelijk om de tuinen te bezichtigen.

Basilica Superga is een imposant katholiek bouwwerk boven op een heuvel aan de rand van de stad. Vanaf hier kijk je schitterend uit op Turijn. Overdag is het park rondom de basiliek populair bij toeristen, ’s avonds bij verliefde Turijnse stelletjes.

Palazzina di Caccia di Stupigini vormde eens het jachthuis van de familie Savoy en de residentie van Napoleon. Kortom, aan een interessante geschiedenis ontbreekt het hier niet.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren