fbpx
Loading

Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Goedkoop toerisme kan niet duurzaam zijn’

Na La Superba, een literaire ode aan zijn woonplaats Genua, verscheen Grand Hotel Europa: een roman over de schaduwzijde van toerisme. Redacteur Inger reisde af naar Genua en ging hierover in gesprek met schrijver Ilja Leonard Pfeijffer. 

Ilja Leonard Pfeijffer (51) woont sinds 2008 in Genua, een stad die hij ontdekt als hij op een oude racefiets onderweg is naar Rome. Behalve La Superba en Grand Hotel Europa schrijft hij er de roman Peachez, een romance en talloze columns en theaterteksten. ‘Ik voelde me direct thuis hier en wilde nooit meer weg.’ En dat deed hij ook niet. 

We spreken af op het Piazza dell’Erbe, waarover u in La Superba schreef: ‘Dat is zo’n zeldzame plek waar het vanzelf avond wordt zonder dat ik daar iets voor hoef te organiseren’. Wat bevalt u zo aan dit plein? ‘Piazza delle Erbe is min of meer perfect, zoals je kunt zien. Het heeft precies de juiste omvang, het is een gezellig plein maar niet te groot. En er zijn veel barretjes. Nu is het nog ochtend dus nu zijn ze nog allemaal aan het openen maar ’s avonds wordt dit een soort huiskamer, met geroezemoes dat mooi weerkaatst tussen de hoge palazzi. En het is het centrum van de stad. Of nou ja, het centrum van de stad is misschien de kathedraal of Piazza de Ferrari maar het is het centrum van de avond. En dit is de plek waar ik, zeker in het begin, toen ik net in Genua woonde, mijn eerste vrienden heb gemaakt.’

Hoe ging dat integreren? ‘Ik vond het erg meevallen. Ik had namelijk gehoord dat Genuezen in Italië de reputatie hebben die Nederlanders in Europa hebben: gesloten en gierig. Het zijn, net als Nederlanders van origine, zeevaarders en handelaren. Voor een handelaar is het belangrijk om op de centen te letten en het is voor de business ook niet slim om het achterste van je tong te laten zien. Vandaar dat ze een beetje een gesloten indruk zouden maken op andere Italianen, maar dat vond ik dus eigenlijk erg meevallen. In het begin was mijn allereerste prioriteit de taal leren. Dat kon ik mooi als excuus gebruiken: ik kon mensen aanspreken om mijn Italiaans te oefenen. En dat werkte goed.’

Veel Italianen komen naar Nederland in de hoop op een beter leven. Begrijpen ze dat u het tegenovergesteld heeft gedaan? Nee, helemaal niet. Het is me heel vaak overkomen dat, als ze ontdekten dat ik uit Nederland kom, ze uitbarsten in een lofzang op Nederland. Hoe goed het daar allemaal is georganiseerd, veel beter dan hier. En dan kom ik in een situatie terecht waarin ik Italië moet verdedigen tegen Italianen.’

Wat zijn uw argumenten?
‘Bijna alles wat echt belangrijk is in het leven, is beter in Italië. Eten, drinken, het weer, de schoonheid, de mensen, de architectuur, de kunsten. Alles wat je niet in geld kunt uitdrukken. Mijn grote voordeel is natuurlijk dat ik hier niet werk, ik ben niet verbonden met het economische systeem in Italië. Ik ben alleen in Italië om mijn geld uit te geven en daar is het een perfect land voor. Maar daardoor blijf ik wel een beetje een buitenstaander en dat is misschien ook juist een positie om te koesteren. Ik denk dat als ik elke ochtend in de bus naar kantoor moest voor de helft van een Nederlands salaris, ik Italië een stuk minder leuk zou vinden.’

Laatst schreef u in NRC dat u woont op de plaats waar u op vakantie zou gaan en dus nooit meer op vakantie hoeft.
‘Ik ben eigenlijk altijd op vakantie, dat kun je ook zeggen. En ik heb ook het enorme geluk dat ik het werk doe wat ik zou doen als ik geen geld hoefde te verdienen. Haha.’

Ik denk dat veel mensen daar jaloers op zijn; met die ogen naar je woonplaats kunnen kijken.
‘Dat denk ik ook en ik vrees dat ze gelijk hebben daar jaloers op te zijn. Ik voel me zeer bevoorrecht.’

Maar gaat u écht nooit op vakantie?
‘Ik maak wel reisjes met mijn vriendin Stella, zij is kunsthistorica en moet regelmatig op pad om onderzoek te doen. Maar dat is een vakantie met een doel, dat vind ik wel leuk. Als je geen doel hebt is er ook geen reden om contact te hebben met de lokale bevolking. Dan loop je wel rond en zie je wel dingen maar blijft het allemaal erg aan de oppervlakte. Ik hou meer van een inhoudelijke ervaring dan alleen bewonderend door steegjes te sloffen.’

Veel mensen gaan natuurlijk ook gewoon op vakantie om te ontspannen. ‘Ja, maar ik ben al ontspannen. Ik werk wel hard, maar wat ik doe is ontspannen en geld verdienen tegelijk.’

Heeft u dat vakantie-gevoel in Leiden, waar u hiervoor woonde, ook wel eens gehad?
‘Nee, toen ging ik wel op vakantie en was ik altijd op zoek naar zo’n stad als Genua. Ik had een rustig en comfortabel leven in Nederland. Maar toen ik een tijdje in Genua was, begon ik me te realiseren dat mijn leven misschien wel een beetje te comfortabel was geweest. Genua heeft mij het vermogen teruggegeven om me te verbazen. En dat is wel echt een groot cadeau. Het was bijna een soort sensatie van wakker worden. Leiden is dan natuurlijk ook nog een rustige, beschaafde enclave in Nederland, daar kon ik echt slaapwandelend door het leven gaanDe mensen hier vormen een onuitputtelijke bron van verbazing. Het leven is op straat en het is theater, opera. Als je in Nederland de deur uitgaat met het doel een broodje te kopen dan kun je er vrij zeker van zijn dat dat ook gaat lukken. Hier is dat maar de vraag. Er kan van alles gebeuren tussen je voordeur en de broodjeszaak. Dat is ook het feest van Italië: bij voortduring word je gefnuikt in je verwachtingen en voor verrassingen gesteld.’

‘Toen ik in 2008 in Genua kwam, was migratie in Nederland geen thema. Terwijl het hier heel zichtbaar was. Op eenzelfde manier vervult Italië een voortrekkersrol op het gebied van toerisme’

Lezers van ons blad komen graag in Italië. U schetst in uw roman Grand Hotel Europa allerlei verschillende soorten toeristen. Hoe kun je je als toerist in Italië het beste gedragen?
‘Stel je zo bescheiden mogelijk op. Wees onzichtbaar. Dat doe je door je ogen open te houden, je aan te passen en niet teveel uit te gaan van je eigen preconcepties.’

Welke types toeristen ziet u het vaakst in Genua?
‘Twee typen; de Verbeterlanders en de Italofielen. Het eerste type is erg gelukkig dat ze in Nederland wonen. Ze zien bij voortduring bevestigd dat alles in Nederland beter is. Dan gaan ze staan wijzen naar een afgebladderde muur zo van: ‘dat kan toch wel een likje verf gebruiken?’ Ook kunnen ze zich hopeloos druk maken over het feit dat koffie aan de bar één euro kost en op het terras € 1,50. Het andere type is de Italofiel. Die vinden eigenlijk alles bij voorbaat schitterend. Omdat het in Italië is, is het prachtig. Die gaan nog bij een glasbak staan en zeggen; ‘dat zie je in Nederland toch niet meer, daar zit dat allemaal onder de grond. Hier maakt dat allemaal nog gewoon deel uit van het leven’.’

In Grand Hotel Europa toont u op verschillende manieren de schaduwzijde van toerisme. Wat zijn de valkuilen van deze twee types?
‘Verbeterlanders die zich superieur achten gaan neerbuigend doen. Zo van: ‘Al dat Italiaanse gedoe is toch allemaal inefficiënte onzin’. De Italofielen kunnen vervelend zijn omdat ze iets denken te snappen en de plank volledig misslaan.’

Zoals in Ligurië, waar men focaccia eet waar al olie in zit, vragen om een bakje voor olijfolie? 
‘Precies, dat is niet eens Italiaans maar Spaans! En een ober vindt dat echt vervelend want die moet zijn dure olijfolie afstaan zodat jij daar een beetje met je brood, waarin al olie zit, kunt gaan zitten deppen.’

Wat voor toerist was u zelf?
‘Ik was een prototypische toeristenontkenner. Ik deed heel erg mijn best om niet op een toerist te lijken. In het openbaar zou ik nooit een kaart uit mijn zak halen.’

En toen u hier kwam wonen?‘Voorzichtig en alert, dat is de houding van iemand die wil integreren. Je aanpassen en bij voortduring leren. Ik heb natuurlijk fouten gemaakt, sociale situaties niet goed ingeschat. Dat zijn vaak subtiele mechanismen. Je moet al je zintuigen aanspreken, op je hoede zijn of je niet een sociale regel hebt gemist. Dat vind ik een leerzame houding. Toen ik hier ging wonen was het overigens duidelijk dat ik geen toerist meer was; op dat moment vond ik toeristen wel leuk. Ze waren geen concurrenten meer.’

Wat is volgens u de rol die Italië binnen Europa speelt? ‘Italië ligt letterlijk op de grens van Europa, dat maakt het voor mij als schrijver interessant. Ontwikkelingen zijn hier eerder. Vanwege de geografische vloek komen migranten hier aan. Toen ik in 2008 in Genua kwam, was migratie in Nederland geen thema. Terwijl het hier heel zichtbaar was, voor mij was dat een schok. Op eenzelfde manier vervult Italië een voortrekkersrol op het gebied van toerisme. Je kunt hier in dit land al veel langer en in extremere mate zien wat er misgaat.’

Besloot u daarom een roman te schrijven over toerisme?
‘Ik ben me steeds bewuster geworden van de kwalijke gevolgen ervan. Het extreemste voorbeeld is Venetië. De stad raakt haar ziel kwijt, in de veertiende eeuw woonden er 200.000 mensen, nu minder dan 50.000. En het aantal blijft teruglopen, tegelijkertijd komen er 28 miljoen toeristen per jaar. Het wordt steeds moeilijker daar een normaal leven te hebben. Nog tragischer als je je realiseert dat er geen alternatief is. Al decennia wordt er niks meer geproduceerd, er is geen economie. Dat is het ambigue. Toerisme is in zekere zin de redding, zonder toerisme zouden ze helemaal niks hebben. Maar het is wel een redding met een enorme prijs.’

LEES OOK:Wie Venetië bezoekt moet voortaan een toegangskaartje kopen

Bestaat er iets als duurzaam toerisme?
‘Ik denk dat mensen verwend zijn omdat reizen te goedkoop is. Het is belachelijk dat vliegen zo goedkoop is. Daar moet de overheid echt iets aan doen. En hetzelfde geldt voor Airbnb, dat is crimineel. Ze hebben een valse concurrentie met hotels, betalen geen belasting, voldoen niet aan veiligheidsmaatregelen en hygiëne-eisen. Dat zijn geen regels die we hebben bedacht om hotels te pesten maar omdat ze nodig zijn. En nu heb je dus een enorme sector die zich daaraan onttrekt en die onttrekt ook nog woningen van de markt én geeft enorm veel overlast. Airbnb moet echt verboden worden. Het gevolg is dat het aanzienlijk duurder wordt, maar dat lijkt me goed. Goedkoop toerisme kan niet duurzaam zijn. Het kost gewoon geld om op een verantwoorde manier te reizen.’

Dan sluit het ook mensen uit. 
Dat lijkt heel ondemocratisch en snobistisch en dan ga je eigenlijk terug naar de situatie uit de jaren 50 en 60, toen reizen voor de happy few was. Mensen met een laag inkomen konden het zich niet permitteren, en nu wel. En dat zou je vooruitgang kunnen noemen en dat is in zekere zin natuurlijk ook zo. Maar als je het bekijkt vanuit het perspectief vanuit de ontvangende partij: als je Amsterdam of Venetië bent, dan wil je die budgettoeristen misschien ook helemaal niet. De problemen in bijvoorbeeld Amsterdam worden niet veroorzaakt door de culturele toeristen die keurig in een hotel gaan en het Rijksmuseum bezoeken. Het probleem zijn al die budgettoeristen die rondhangen op de Wallen; de Engelsen die vrijdagmiddag een Easyjetvlucht nemen, geen hotel boeken, zich helemaal klem zuipen en weer teruggaan.’ 

U concludeert in Grand Hotel Europa dat toerisme moeilijk te stoppen is. 
‘Ik denk daarom dat de overheid moet ingrijpen. En dat is niet heel erg modieus, want de vrije markt is onze nieuwe religie. Maar ik denk dat toerisme bewijst dat het soms nodig is. Wie gaat er anders zeggen: ‘Nee, je mag daar niet nóg een Nutella-winkel openen want we hebben er al vijf.’ De overheid moet geen vergunning meer geven, ook niet aan budgethotels. En Airbnb moet worden verboden.’

‘Ik vind het moeilijk te begrijpen dat toeristen uit het noorden, die in het thuisland in hun lease auto naar kantoor rijden en ongetwijfeld beschikken over een exquise collectie klassieke muziek, in het zuiden rondlopen in hun ondergoed’


Uw boek La Superba is een ode aan Genua. Sommige toeristen bezoeken de stad zelfs door uw boek. In feite werkt u dus ook mee aan het toerisme. 
‘Ik ben ook schuldig inderdaad. Ik had hier de ideale verstopplek maar moet er dan weer zo nodig over publiceren en het om zeep helpen. Het noodlot van de schrijver, denk ik. Ik zou mijn boeken geheim moeten houden en ze alleen zelf lezen. Haha. Als verdediging kan ik alleen maar aanvoeren dat Nederlanders die mijn boeken lezen meestal niet het vervelende soort Nederlanders zijn, het zijn in ieder geval mensen die lezen. Die hebben al een soort toelatingsexamen gedaan. En het zijn vriendelijke, bescheiden en discrete mensen.’

Hoe weet u dat zo zeker?
‘Dat merk je als ze je aanspreken.’

Italië gaat vaker boetes uitdelen aan toeristen: bijvoorbeeld voor een het maken van een selfie bij de Trevifontein of duiken van de Rialtobrug. Ziet u heil in die heropvoeding?
‘Het is natuurlijk erg jammer dat dat nodig is. Het zou vanzelf moeten spreken dat je niet in je zwembroek door een stad gaat lopen, maar als dat niet het geval is moeten we daar iets aan doen. En dan zijn boetes als afschrikwekkende maatregel misschien onvermijdelijk. We moeten wel het decorum van de stad bewaken.’

In het verlengde van die zwembroek; u heeft ook een grondig hekel aan teenslippers.
‘De teenslipper is voor mij echt een symbool. Ik vind het moeilijk te begrijpen dat toeristen uit het noorden, die in het thuisland in hun lease auto naar kantoor rijden en ongetwijfeld beschikken over een exquise collectie klassieke muziek in het zuiden rondlopen in hun ondergoed. Dan vraag ik me af: weet je wel waar je bent? Het centrum van Genua is historie, een van de bakermatten van het moderne Europa. Het is een gebrek aan respect. Je zou hier moeten rondlopen in een rokkostuum met een hoge hoed, die je afneemt voor een palazzo. Dat gaat dan een beetje wijdbeens in een korte broek op een terras zitten alsof dit van jou is. Dat vind ik echt stuitend.’

Is dat gevoel hier aangewakkerd? Italië staat bekend om haar stijlvol geklede bewoners. En u stond bekend als bohemien. 
‘Vroeger was ik wel een bohemien, ja. Als je in Italië woont word je je meer bewust van mooie dingen. Van stijl. Nederlanders hebben vaak de neiging om zich te kleden in iets wat lekker makkelijk is. Je moet natuurlijk ook nog in de regen op de fiets. Maar het is toch wel onderdeel van de lol van het leven om oog te hebben voor de schoonheid van stijlvol gedrag. Daar zijn Italianen veel beter in.’

Speelt uw Italiaanse vriendin daar een rol in?
‘Ja, zij is heel elegant. Toen ik haar net leerde kennen had ik onmiddellijk het idee dat ik mijn stijl een beetje moest upgraden. Anders verdiende ik het niet om naast haar te lopen. Maar dat is alleen maar goed, daar word je beter van.’

LEES OOK:

Beeld: Stephan Vanfleteren