Terug naar overzicht

Zondagse ontdekkingen in Italië: wintersport in Valdidentro

Feestelijk zijn ze altijd, de zondagen in Italië. Het wekelijkse moment dat het hele land er stijlvol aangekleed met familie en vrienden op uittrekt naar de mooiste picknicks of de beste stranden. Jos van den Bergh deelt zijn tips over die zondagen. Dit keer over het wintersportdorp Valdidentro.

Vooralsnog zijn de wintersportgebieden dicht en ligt de vallei van Valdidentro, het hoogste stukje van de Valtellina die bij het Comomeer begint en bij de Foscagno-pas eindigt, er verlaten en besneeuwd bij. Die rust zijn de Altovaltellinesi wel gewend, maar niet altijd in deze tijd van het jaar.

Schitterende bergnatuur
Normaal gesproken trekken de inwoners van Bergamo en Milaan tijdens kerst hun bergen in en geniet iedereen van de schitterende bergnatuur die deze vallei tussen Bormio en Livigno rijk is. Veel buitenlanders zie je hier in de winter niet, wel in de zomer als de Passo dello Stelvio open is en talrijke oldtimer-ritten en wielrenwedstrijden het gebied doorkruisen. Hoewel je hier in de winterperiode prima kunt vertoeven, zorgt het afsluiten van de meeste bergpassen voor een heerlijke rust en een puur Italiaans sfeertje, want hier in het laatste deel van het dal is het ski-vertier vooral een lokale aangelegenheid. Wellicht met een kleine uitzondering van het dorp Livigno zelf, want dat is gemakkelijker te bereiken en staat al jaren op Duitse en Nederlandse reisportals. Dat zorgt natuurlijk voor wat meer buitenlandse aanloop in het skiseizoen, maar het moet direct gezegd worden dat ook Livigno zijn authentieke uitstraling goed weet te bewaren. In de rest van de Valdidentro slaat de klok wintersporten tussen de kleine valleiwinkeltjes met aan het eind van de dag steevast de Italiaanse berggerechten op het menu. In dit kerstweekend zijn we daarom op een sneeuwrijke ontdekkingstocht in het bergleven van Valdidentro.

Winters decor
Sneeuw ligt er al weer zo’n vier weken in de vallei en zeker in het hogere deel voorbij Isolaccia gaat die voor half maart waarschijnlijk niet meer weg. Dat komt goed uit want met een beetje geluk gaan de pistes hier medio januari weer open. Voor mij voelt Valdidentro vanwege de winterse sfeer en dito skimogelijkheden als een soort tweede winterhuis. Ooit ben ik door historisch hoge sneeuwmuren over de Foscagno-pas richting Bormio afgezakt voor een paar dagen skiën in Valdidentro en sindsdien kom ik er eigenlijk elke winter terug. Veelal glibberend de passen op en daarna met discipline de gladde afdaling naar Valdidentro inzetten.

Bormio Chiesa di San Vitale

4 prachtige skigebieden
Het meest noordelijke deel van de Alta Valtellina-vallei kent vier prachtige skigebieden en is daarmee niet alleen voor mij maar ook voor veel Italianen een ideale winterbestemming. Het gebied kenmerkt zich ondanks de aanwezige pistes door de authentieke Italiaanse sfeer en de natuur is er op veel plaatsen nog ongerept. Zomers zorgt dat voor vele goed aangegeven wandelmogelijkheden, in de winter kom je hier beslist voor de sneeuw. Vaak veel sneeuw, want het gebied is erg sneeuwzeker.

Cima Piazzi
Rondom Valdidentro, de verzamelnaam voor de bergdorpjes die tussen Bormio en Foscagno-pas liggen, steken talrijke bergtoppen van tussen de 2500 tot wel meer dan 3000 meter de lucht in. De Cima Piazzi, de hoogste van het stel reikt tot bijna drieënhalve kilometer de lucht in. Tussen de hoge toppen ligt het dal dat na de tunnel bij Valdisotto, een dorp ten zuiden van Bormio steeds nauwer wordt en zich na Bormio rechtsaf splitst in een kort deel naar het ski-dorp Santa Catarina Valfurva en linksaf doorloopt als de vallei van Valdidentro. In dit laatste deel van de Valtellina klimt de weg langzaam omhoog naar de Passo Foscagno en passeert daarbij authentieke bergdorpjes met hun klingelende campanili, typische bergchalets en kleinschalige winkeltjes waar ze lokale bergmaaltijden verkopen.

Passen en tunnels
In zowel Valdidentro zelf als in het aangrenzende Bormio merk je weinig van het toerisme. Ook in de wintermaanden behoudt de vallei zijn gemoedelijkheid en je zoekt hier tevergeefs naar Nederlandstalige skileraren of Hollandse menukaarten. Die zijn er namelijk niet en die komen er ook niet. De voertaal in het dal is Italiaans, daarmee basta, en de bevolking aangewezen op de provinciehoofdstad Sondrio en de regio Milaan. Eigenlijk is het hier alleen in de hoogzomerperiode merkbaar drukker op de weg vanwege de wielrenners en motoren die de Gavia- of Stelvio-pas afdenderen. In de winter zijn die er niet, de Stelvio is al vanaf Bormio gebarricadeerd, en dat maakt de smalle wegen door het dal in die periode een stuk rustiger. Het ontbreken van grote groepen buitenlanders is ongetwijfeld debet aan de ligging van Valdidentro, want vanuit Nederland rijd je er wel met de nodige slingers naartoe. En daarmee adresseer ik ook direct het grootste ‘bezwaar’ om hier van de winterpret te gaan genieten.

Autorit
Aan een ski-avontuur gaat namelijk een gecompliceerde autorit vooraf. Eén die zich na Zürich vanaf de Zwitserse San Bernardino Autobahn vlak voor Chur via het dal naar Davos, op de Vereina-autotrein en daarna met driekwartier slingeren door retro-romaans Zwitserland voortzet. En zelfs dan ben je er nog niet, want er volgen nog de één-baans Munt Schera tunnel Italië in, de passage van het belastingparadijs Livigno en daarna de ruim 2000 meter hoge Eira- en Foscagno-passen alvorens je in Valdidentro bent. Hoewel mooi blijft het een heel geslinger door de bergen. En ondertussen ben je behoorlijk wat tol armer, want Zwitserland weet voor dit deel van Italië stevige toegangsprijzen te berekenen. Maar laat je niet door bovenstaande afschrikken, je bereikt de besneeuwde vallei van Bormio vanuit Nederland zonder grote problemen in één dag autorijden en eenmaal gearriveerd is het er een stuk prettiger skiën dan in menig ander skigebied.

Overal skiën
Valdidentro beslaat het laatste deel van Alta Valtellina, het traject waar het bergdal langzaam smaller wordt en de weg langzaam maar zeker naar de Foscagno-pas toe klimt. Aan de andere kant van de passen ligt Livigno, de hoogste gelegen gemeente van Italië en tevens belastingparadijs. Je tankt er voor ver beneden de euro een liter diesel of benzine. Dat compenseert de prijzen voor de Zwitserse tunnels weer. Op de top van de Foscagno-pas heb je daarom ook de fiscale douane, een controlepunt waar beter naar je auto gekeken wordt dan aan de staatsgrens bij de Munt Schera tunnel. Het bestaansrecht van Livigno is echter niet de fiscale bevoordeling maar de wintersport, al kun je er ook in de zomer terecht voor diverse bergactiviteiten. Samen met Bormio vormt het bergdorp het meest bekende skigebied van Alta Valtellina. Hoewel Livigno strikt genomen buiten Valdidentro valt, zijn de skigebieden van zowel Livigno, Valdidentro, Bormio en Santa Catarina Valfurva met dezelfde Alta Valtellina-skipas toegankelijk. Dat is handig en maakt een week skiën extra afwisselend.

Langste ski-afdaling van Europa
Bormio heeft bijvoorbeeld de langste ski-afdaling van Europa, want je kunt er op één lange piste van Bormio 3000 meter tot aan het dorp op 1225 meter hoogte skiën. De Peak to Creek in lokale termen en de langste afdaling. Voor wie in een half uur vol ‘gas’ en zonder teveel nadenken de berg af wil skiën uiteraard een heerlijk speelterrein. Elk jaar doe ik het een paar keer en het blijft een heerlijke ervaring om vanaf de ruim 3000 meter hoge top op hoog tempo af te dalen naar de oude stad van Bormio dat daar met de bruine daken in het diepe dal van de Adda ligt. De afdaling biedt daarnaast ook majestueus uitzicht op Valdidentro. Eenmaal beneden kun je Italiaans après-skiën bij Club Be White.

Pittoreske citadel
Bormio, vroeger letterlijk de poort naar Valdidentro, is eigenlijk een stad en was in het verre verleden zelfs een graafschap. Je ziet die historie nog terug in het oude centrum waar de smalle straatjes en het plein bij de Chiesa Collegiata Santi Gervasio e Protasio en de Torre della Bajona, de historische stadstoren met het uurwerk. Achter het plein is nog een kleiner pleintje met een gezellige bar en in de smalle stegen van Bormio zijn diverse leuke winkels en ook een paar goede restaurants. Bij “La Pastorella” eet je authentieke pizza’s of van de lokale kaart. Pasta met hertenragout is bijvoorbeeld één van de regionale gerechten die hier op het menu staat. Net ten zuidoosten van het centrum stroomt de rivier de Adda, het levert in combinatie met het historische centrum op de achtergrond in de winter vaak mooie bevroren plaatjes op.

Terme di Bormio
Skiën doe je op de hellingen van de Monte Vallecetta, feitelijk zijn dit de uitlopers van de Stelvio-pas. Deze bergpas is ’s winters gesloten maar verbindt Bormio tussen mei en oktober met het Duitstalige Süd-Tirol, hier overigens hardnekkig Alto Adige genoemd. Beroemd zijn ook de Terme di Bormio, bronnen die teruggaan tot de 1e eeuw van onze jaartelling. De oude termen liggen al een stuk richting Valdidentro en vanaf de berghelling kijk je hiervandaan de Valdidentro verder in. Binnen de stadsgrenzen heb je in deprimerend Italiaans beton ook de nieuwe termen.

Campanili
Vanuit Bormio rijd je over een smalle weg tussen de dorpjes Valdidentro binnen. In dit deel van de vallei is Isolaccia het grootste dorp, maar leuker zijn de piepkleine kernen die elk met hun eigen kerktoren op de hellingen geplakt liggen. Op zondagmorgen klingelt het hele dal en met de bergen op de achtergrond levert het meer dan eens mooie plaatjes op. Over de vallei verspreid liggen zo een stuk of tien klokkentorens, bijna elke buurtschap heeft er één en sommige exemplaren zijn al eeuwen oud. Leuke dorpjes om te zien in Valdidentro zijn bijvoorbeeld Semogo en San Carlo. Even verderop maar wel hoger ligt Arnoga. Hier is het uitzicht door de hoge ligging nog fraaier en daarnaast leent dit dorpje zich uitstekend als uitgangsbasis voor bergwandelingen. Skiën doe je in dit stuk van het dal vanuit Isolaccia. De skilift brengt je hier naar een rustig skigebied met diverse restaurants en een betoverend witte bergkom met diverse pistes. Naast de skilift naar dit gebied rond de 3439 meter hoge Cima Piazzi biedt dit deel van Valdidentro ook goede wandelmogelijkheden. Je kunt vanuit deze hoofdplaats van Valdidentro bijvoorbeeld via Pedenosso omhoog slingeren naar het Lago di Cancano, het bergmeer op de Zwitserse grens dat dit jaar nog door de Giro d’Italia werd aangedaan.

Ook mooi in lente of herfst
Hoewel ’s winters bijzonder mooi, is Valdidentro beslist ook een locatie waar je in de ontluikende lente of in de kleurrijke herfst kunt vertoeven. Ook dan kun je overal te voet de bergen in trekken en leiden de grijs-rode bordjes je naar de mooiste panorama’s over de Alpen. Ze maken Valdidentro een aangename mix van bergdorpen en ongerepte bergnatuur.

Tips voor je verblijf
Met alle leuke bergdorpjes op de berghellingen geprikt blijft natuurlijk de vraag over waar je het beste kunt logeren als je Valdidentro beter wilt leren kennen. Om een lang verhaal kort te maken hangt dat heel erg van je eigen wensen af. Liefhebbers van het bergleven zoeken een onderkomen in Arnoga, hoog in het dal en op slechts 10 minuten rijden van de Foscagno-pas. In het skiseizoen zit je hier in 20 minuten bij zowel de skiliften van Livigno als die van Isolaccia en in de zomer loop je vanuit dit kleine dorpje gemakkelijk de bergen in. Arnoga heeft sowieso een paar chalets voor je vrij, maar beschikt over een fraai hotel. Vorig jaar was dit wegens een wissel van eigenaar gesloten, maar dorpsbewoners zeggen dat het fraaie verblijf dit jaar weer open gaat. Via Google dus in de gaten houden als je die kant weer op kunt gaan.

Livigno
Als je van wat meer vertier houdt en elke avond een ander restaurant wil proberen dan zijn Bormio en Livigno een aanrader. Het eerste is een authentiek Italiaanse stadje met veel accommodatie, Livigno is een typisch bergdorp en vanwege de ligging op ruim 1900 meter hoogte sneeuwzeker. Ook Livigno beschikt over allerlei chalets en hotels. Rond Isolaccia en Semogo zijn genoeg alternatieve huizen en diverse andere hotels te boeken. Hier zit je 20 minuten rijden van Bormio en een half uur slingeren over de Foscagno-pas van Livigno verwijderd. Qua hoogte loopt het dal van Valdidentro van ruim 2200 meter hoogte op de Foscagno-pas tot 1225 meter in Bormio. Livigno kent dus meer sneeuwdagen maar is wel significant kouder dan Bormio. Eenmaal in het dal van Valdidentro geweest loont het de moeite om op de terugweg de route via Tirano, de Bernina-pas en Sankt Moritz naar Chur te proberen. Niet de snelste trip, maar een mooiere bergroute op weg naar huis ga je niet krijgen. Net zoals de Foscagno-pas blijft ook de Bernina-pas in de winter geopend. Sneeuwkettingen wel bij de hand houden, want vanaf kerst is het ook hier altijd wit. Soms is het sneeuwdek wel een paar meter hoog en rijdt je tussen de witte muren naar huis.

BEKIJK OOK:

  • Jos van den Bergh (1973) werkt al jaren in de Nederlandse mediawereld maar komt al minstens zo lang in elke uithoek van de Laars. Voor ons blijft hij dat nog even doen, rijdt hij kriskras door de Laars en deelt hij zijn tips over de talrijke zondagse ontdekkingen die het land rijk is.